Nederlandse bedrijven slagen er relatief goed in onwillende debiteuren te laten betalen.

In 2012 schreven Nederlandse bedrijven 2,3 procent van de totale waarde van binnenlandse vorderingen af als oninbaar, tegen een Europees gemiddelde van 5 procent.

Van de totale waarde aan buitenlandse vorderingen kon gemiddeld 2,7 procent niet worden geïnd in vergelijking met 4,7 procent in West-Europa. Dit blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Atradius Groep.

De belangrijkste reden waarom binnenlandse afnemers niet betalen, is een faillissement of stopzetting van activiteiten. In het buitenland blijven facturen onbetaald, omdat pogingen tot invordering niet succesvol zijn, zo meldt Atradius.

Te laat

Bij debiteuren die hun rekening veel te laat betalen (meer dan 90 dagen te laat), hebben Nederlandse bedrijven gemengde ervaringen.

Zo was er in 2012 een daling van 70 procent van het aantal buitenlandse vorderingen dat meer dan 90 dagen te laat is betaald. Ten opzichte van vorig jaar daalde het totale aantal achterstallige facturen hierdoor met 6,9 procent.

Hier tegenover staat een scherpe stijging van 46 procent van het aantal binnenlandse facturen dat langer dan 90 dagen achterstallig was.

In de rest van West-Europa is juist sprake van een lichte daling (-1,6 procent) van het aantal achterstallige binnenlandse facturen, terwijl het aantal uitstaande vorderingen in het buitenland steeg (+6,7 procent).