Om de concurrentiepositie te versterken moet Europa vooral de productiesector worden vergroot. EU-functionarissen denken dat hiervoor vooral moet worden geïnvesteerd in technologie, energie en competenties van de beroepsbevolking.

Dat blijkt uit onderzoek van consultanskantoor Accenture in opdracht van Business Europe, de overkoepelende Europese bedrijfsvereniging waar ook het Nederlandse VNO-NCW bij aangesloten is.

82 procent van de ruim 500 ondervraagde bedrijfsleiders en beleidsmakers vindt dat het aandeel dat de productiesector heeft in het BBP van de EU omhoog moet. In plaats van de huidige 16 procent moet dat 20 procent worden om de concurrentiepositie te verstevigen.

Achterstand

Europese bedrijfsleiders zijn volgens Business Europe vooral bezorgd over Europa’s achterstand op het gebied van technologie, energie en de competenties van de beroepsbevolking.

Zo denkt 71 procent dat China binnen tien jaar Europa evenaart of voorbijstreeft in technologische kennis en vernieuwing. Daarom benadrukken zij het belang van lagere belastingen voor Research & Development (R&D), evenals een beter investeringsklimaat bij zowel de overheid als de banken.

Import

De overgrote meerderheid zegt bovendien dat Europa teveel afhankelijk is van geïmporteerde energie. Eigen, duurzame bronnen en technologieën zijn cruciaal voor industriële groei.

Ook moet er volgens de EU-functionarissen meer worden geïnvesteerd in de competitiviteit van de beroepsbevolking via het onderwijs. De zogenoemde ‘banen van de toekomst’, vergen bijvoorbeeld kennis op het gebied van technologie en vreemde talen.