Het bedrijf als organisatievorm heeft z’n langste tijd gehad. Bedrijven en hun werknemers worden een stuk productiever als ze zich minder als afgeschermde ondernemingen gedragen.

Dat schrijft onderzoeker en organisatiekundige Paul Bessems in zijn nieuwe boek Weconomics. Hoe overleef ik als informatiewerker de 21e eeuw? Bessems adviseert de overheid, bedrijven en instellingen over de organisatie van werk, economie en welvaart.

"Bedrijven zijn vooral geschikt voor het maken van fysieke producten en minder voor het verwerken van informatie", zegt Bessems.

Volgens de auteur gaat er onnodig veel productiviteit verloren als elk bedrijf zijn eigen software, systemen en procedures gebruikt.

Bovendien past het minder goed bij de flexibelere contracten die mensen nu nog krijgen. "Steeds meer jonge werknemers verblijven steeds korter in een bepaalde werkorganisatie. En elke keer moeten ze zich aanpassen aan het bedrijf waar ze gaan werken. Dit kost veel tijd, terwijl dit niet nodig is", legt Bessems uit.

Professionele gemeenschappen

"Informatiewerkers zijn vooral bezig met e-mails beantwoorden, gegevens opzoeken, vragen beantwoorden, gegevens overtypen en het invullen van verschillende formuliertjes met steeds dezelfde gegevens."

Bessems verbaast zich hierover, omdat dit eenvoudig werk is dat door computers gedaan kan worden. Daarom pleit hij ervoor werk meer in professionele gemeenschappen in plaats van in bedrijven te organiseren.

"We zullen steeds slimmer gaan samenwerken in communities die aangesloten zijn op gedeelde informatienetwerken. Hierbij heeft de afnemer een eigen portaal om producten te zoeken en te boeken en hoeft de aanbieder maar op één plaats gegevens bij te houden."

HR-informatie delen

Hij noemt elektronica-concern Philips als voorbeeld. Via een gedeeld netwerk biedt het bedrijf onder meer vacatures en cursussen aan. Gebruikers kunnen zich via een kanaal inschrijven voor een cursus, hun cv achterlaten of solliciteren. Ook bedrijven zoals Delta Lloyd, NXP, Menzis en ProRail delen hun HR-informatie al via zo’n netwerk.

Ook voor expats bestaan al dergelijke communities waar ze taalcursussen en visa aan kunnen vragen. En de overheid werkt zelf ook al met netwerken, waarin gemeenten onderling informatie kunnen delen.

Ruwe data

Maar volgens Bessems kan dat breder. Hij verwacht dat ruwe data steeds meer via een soort datanutsvoorziening te raadplegen zijn. Hij denkt aan een algemene databank voor gegevens zoals e-mailadressen, geboortedata en opleidingen. En net zoals nu al in Facebook mogelijk is, kunnen mensen zelf data invoeren en bepalen wie welke informatie mag zien.

Ook product- en prijsinformatie horen volgens de auteur in het datanetwerk thuis. Net als opdrachten waar dan weer een uitvoerder bij gezocht kan worden. Hij verwacht dat mensen steeds meer als portfoliowerkers via het netwerk op zoek gaan naar opdrachten. Het wordt minder logisch dat mensen straks nog jarenlang bij één bedrijf of in één sector werken.

Beveiliging

Om de informatie betrouwbaarder te maken, moeten andere gebruikers de data verifiëren. Als iemand bijvoorbeeld een cursus heeft gedaan, kunnen de leidinggevende en opleider dat online bevestigen.

Er is niet één eindverantwoordelijke voor de informatie, maar Bessems heeft er vertrouwen in dat de data toch goed beveiligd kunnen worden. Zolang er maar goed toezicht op gehouden wordt. En dat hoeft naar zijn mening zeker niet per se een taak voor de overheid of semi-overheid te zijn.

Weconomics. Hoe overleef ik als informatiewerker de 21e eeuw? is vanaf vandaag online verkrijgbaar.