Het vertrouwen van consumenten en producenten in de economie van de eurozone is in maart verder afgenomen. Daarmee is het herstel dat in november vorig jaar werd ingezet gestaakt.

Dat maakte de Europese Commissie woensdag bekend. De zogeheten economic sentiment indicator waarin cijfers over beide groepen verenigd zijn, daalde met 1,1 punten tot 90,0. Economen rekenden op een stand van gemiddeld 90,5.

De afname is volgens Brussel volledig toe te schrijven aan het bedrijfsleven. Producenten werden met name pessimistischer over de orderontvangst en voorraden gereed product.

Vertrouwen

Het consumentenvertrouwen was met een toename van 0,1 punt vrijwel stabiel. De verwachtingen ten aanzien van de arbeidsmarkt waren wat minder pessimistisch, terwijl de kansen om in de komende 12 maanden meer te kunnen sparen wat lager werden ingeschat.

De verwachtingen ten aanzien van de algemene economische ontwikkeling en de eigen financiële situatie waren vrijwel ongewijzigd.

Pessimisme

Het vertrouwen daalde in drie van de vijf grootste economieën van de eurozone. In Frankrijk (min 1,7 punten) was het pessimisme het sterkst, gevolgd door Duitsland (min 1,6) en Spanje (min 0,9). Volgens de Europese Commissie was de situatie in Nederland (min 0,3) redelijk stabiel. Italië (plus 1,4) was de enige uitschieter in positieve zin.

Onderzoeksbureau Conference Board meldde woensdag dat de vooruitzichten voor de euro-economieën in februari voor de 4e maand op rij zijn verbeterd, zij het mondjesmaat.

Econoom Bert Colijn stelde in een toelichting dat de aanhoudende problemen bij de kredietverlening en de bezuinigingen in tal van landen een voorspoedig herstel in de weg blijven staan. ,,Echter, voor het moment is met de redding van Cyprus verdere schade aan het financiële systeem vermeden.''