UNIDO, de VN-organisatie voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven, is het niet eens met het Nederlandse voornemen het lidmaatschap op te zeggen.

In een ingezonden brief in Forum, het verenigingsblad van VNO-NCW, stellen de directeuren van UNIDO donderdag dat Nederlandse terugtrekking niet alleen nadelige gevolgen zou hebben voor ontwikkelingslanden, maar ook voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Binnenkort stemt de Tweede Kamer over het stoppen van de jaarlijkse bijdrage bijna 2 miljoen euro aan de VN-organisatie, die in 1979 werd opgericht om industrie en bedrijvigheid in ontwikkelingslanden te stimuleren.

Nederland wil stoppen met de bijdrage aan UNIDO, omdat de organisatie overbodig zou zijn geworden. De 'relevantie en effectiviteit' van UNIDO voor Nederland zouden een financiële bijdrage niet langer rechtvaardigen. Onder meer het Verenigd Koninkrijk, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada en de Verenigde Staten gingen Nederland voor.

Baten

Maar volgens de directeuren Lalith Goonatilake en Sarwar Hobohm heeft Nederland juist heel veel baat bij het lidmaatschap. “De financiële bijdrage vloeit door de samenwerking met Nederlandse partners direct terug in de Nederlandse economie.”

Nederlandse bedrijven verdienen dit geld voor Nederland direct terug via opdrachten van UNIDO en daarnaast wordt er een veelvoud aan inkomsten gegenereerd door activiteiten van UNIDO waar Nederlandse bedrijven direct of indirect bij betrokken zijn.

"In 2011 werd een overeenkomst met Philips getekend om de private sector te betrekken bij de ontwikkeling en toegankelijkheid van duurzame energie. Maar ook met bedrijven als Ahold en Unilever worden gesprekken over samenwerking gevoerd."