Nederlandse ouderen hebben weinig kans op armoede of sociale uitsluiting vergeleken met hun Europese leeftijdsgenoten.

In 2011 had 6,9 procent van de Nederlandse ouderen een laag inkomen, tegenover een Europees gemiddelde van 20,5 procent. Alleen 65-plussers in Luxemburg hebben minder kans op armoede. Dat meldt het Europese statistiekbureau Eurostat dinsdag.

De kans dat een Bulgaarse oudere arm is, is veel groter. Meer dan 61 procent van hen loopt kans op armoede of sociale uitsluiting.

Ook vergeleken met andere leeftijdsgroepen in Nederland doen ouderen het goed. Achttien procent van de kinderen lopen kans op armoede. Bij mensen tussen de 18 tot 64 jaar is die kans zeventien procent.

Volgens Eurostat lopen mensen kans op armoede wanneer hun inkomen ver achterblijft bij dat van de meeste mensen in een land. Ook wanneer een gezin niet genoeg geld heeft om zaken als de hypotheek, vakantie of een televisie te betalen, spreekt Eurostat van armoede of sociale uitsluiting.