DEN HAAG - Studenten die te maken krijgen met het sociaal leenstelsel zouden langer de tijd moeten krijgen om hun lening af te lossen.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs wil dat studenten in 15 jaar tijd hun lening afbetalen, als zij daartoe financieel in staat zijn. Een langere aflossingsperiode zou echter beter zijn, stelden experts woensdag in de Tweede Kamer.

''Je zou tot je pensioengerechtigde leeftijd moeten kunnen aflossen. Dat is veel logischer omdat mensen later in hun leven meer verdienen'', stelde Bas Jacobs, hoogleraar economie en openbare financiën aan de Erasmus School of Economics.

Bovendien kampen studenten na hun afstuderen vaak met andere grote kosten, zoals de aankoop van een huis of gezinsuitbreiding.

15 jaar

Ook Gerrit de Jager, consultant voor het hoger onderwijs, vindt dat studenten circa 25 jaar de tijd moeten krijgen om hun schuld af te lossen. Dat zorgt voor minder financieel risico voor de student, maar ook voor de staat. ''In 15 jaar tijd zullen veel studenten hun lening niet aflossen'', constateerde hij.

Verder moet de rente over de studentenlening worden vastgezet, stelde Peter van den Bosch, directeur van het Bureau Krediet Registratie (BKR). Nu houdt Bussemaker rekening met een rente van 0,6 procent. Maar als dat percentage stijgt, gaat ook de lening aanzienlijk omhoog. ''Dat moet je dus goed meenemen in de plannen.''

Volgens Van den Bosch gaan de studieschulden de grootste schuldenberg van het land vormen, op de hypotheken na. Hij pleitte er dan ook nogmaals voor dat ook de studieschuld in het BKR-register wordt opgenomen. Bussemaker gaf eerder aan dat niet nodig te vinden.

Studenten

Het Nibud, het Nationaal instituut voor Budgetvoorlichting, hamerde erop dat studenten goed moeten worden voorgelicht over het nieuwe systeem. ''Jongeren zijn vanaf hun achttiende verantwoordelijk voor hun keuzes, maar dat betekent niet dat ze al financieel zelfredzaam zijn'', benadrukt woordvoerster Annemarie Koop.

Bussemaker wil vanaf september 2014 de basisbeurs voor studenten vervangen door een sociaal leenstelsel. Daarbij is de volledige studiefinanciering een lening die na het behalen van het diploma moet worden terugbetaald. De aanvullende beurs blijft wel bestaan.