AMSTERDAM - Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft Nederland een standje gegeven over de traagheid waarmee de zogenaamde ‘exitheffing’ voor bedrijven wordt aangepast.

De uitspraak van het Hof kwam na een klacht van de Europese Commissie.

De Nederlandse fiscus legt bedrijven die verhuizen naar een ander EU-land een heffing op; de exitheffing genoemd.

Deze heffing is echter in strijd de Europese ‘vrijheid van vestiging’, zo meende de Europese Commissie en daar gaat de rechter in mee.

Hoewel het kabinet deze wet inmiddels heeft aangepast – alleen de Eerste Kamer moet zijn goekeuring er nog aan geven – vond de Europese Commissie het toch nodig de zaak voor te leggen aan de Europese rechter.

Getreuzeld

Die is het ook hier met de Europese Commissie eens. Nederland heeft genoeg tijd gehad om op tijd klaar te zijn met de nieuwe wet, maar heeft gewoon getreuzeld, zo is het oordeel.

Nederland mag nu de kosten van het proces betalen, dus ook de kosten die de Europese Commissie heeft gemaakt.

Nederland werd gesteund door Duitsland, Spanje en Portugal. Deze landen mogen voor hun eigen onkosten opdraaien.

Gespreide betaling

Het nieuwe wetsvoorstel werd op 4 december door de Tweede Kamer goedgekeurd en moet nu nog door de Eerste Kamer. Waar bedrijven voorheen direct moesten betalen, krijgen zij in de nieuwe wet de mogelijkheid van gespreid betalen.

Critici zijn van mening dat deze aanpassing de weerstand vanuit Brussel en Luxemburg niet weg zal nemen.