AMSTERDAM - De afspraak dat bouwvakkers die onder de cao vallen bij een te lage gevoelstemperatuur mogen stoppen met werken, moet gaan gelden voor iedereen op de werkplaats, ook voor zzp'ers.

Nu is er volgens FNV Bouw & Infra te veel onduidelijkheid over de regels, betoogt de vakbond dinsdag.

Tienduizenden werknemers hoefden dinsdag niet aan het werk te gaan vanwege de lage gevoelstemperatuur van -8 tot -9 graden. In de cao voor de bouwnijverheid is afgesproken dat bij een gevoelstemperatuur van -6 graden om 10.30 uur het werk neergelegd mag worden.

Wil de werkgever toch dat er doorgewerkt wordt, dan moet hij warmtebronnen of afdekschermen plaatsen. Zonder extra maatregelen aan het werk gaan kan volgens de bond leiden tot onderkoeling, bevroren vingers en ongelukken en in sommige gevallen zelfs tot arbeidsongeschiktheid.

Enquête

Volgens de bond worden veel bouwvakkers daar toch aan blootgesteld, constateert de bond. Uit een enquête onder duizend bondsleden bleek dat tijdens de vorstperiode vorig jaar twintig procent toch moest werken zonder bescherming. Vijftien procent gaf aan dat dat kwam door onduidelijke regels, omdat collega's onder een ander cao zouden werken, of zzp'er zijn.

"Wij pleiten er dan ook voor om de regels rondom vorst te laten gelden voor alle werkenden op een bouwplaats", zegt Mieke van Veldhuizen van de vakbond. "Waarom zou de een blootgesteld mogen worden aan gevaarlijke situaties terwijl de ander wel veilig werkt?"