NEW YORK - Google maakt steeds meer apps voor iPhones en iPads. Dat lijkt op het eerste gezicht mooi voor concurrent Apple, maar is op langere termijn vooral voordelig voor Google.

Dat schrijft maandag de krant The New York Times.

De afgelopen paar maanden was Google de meest productieve app-ontwikkelaar voor de iPhone. Er zijn op dit moment ruim 20 iPhone-apps in de app-store te koop, waaronder de zeer populaire Google maps, en apps voor Chrome en Gmail.

Dat lijkt tegenstrijdig, omdat de iPhones direct concurreren met smartphones die draaien op het Android-systeem van Google. Apple haalt op deze manier ook klanten binnen die Google-apps willen.

Maar volgens analisten is Google juist slim bezig. De apps zorgen voor een stevige klantenbinding en gewenning, waardoor mensen later mogelijk makkelijker naar een Android-telefoon overstappen.

Gegevens

Belangrijker is nog dat hoe meer gebruikers de Google-apps hebben, hoe meer gegevens Google binnenkrijgt, die het weer kan gebruiken voor het ontwikkelen van nog betere apps. Apple loopt dit juist mis en zal daardoor meer moeite hebben om nieuwe apps te ontwikkelen.

Apple loopt wat betreft de ontwikkeling van apps nu al achter, vinden marktvorsers. Het bedrijf wilde in de begindagen van de iPhone nog wel de meest belangrijke apps in eigen hand houden en geen programma's van andere ontwikkelaars daarvoor gebruiken. Maar onder druk van de mededingingsautoriteiten gebeurde dat uiteindelijk niet, schrijft The New York Times.

Het bedrijf van wijlen Steve Jobs probeert de achterstand wel in te lopen, maar dat resulteert soms in een groot fiasco. De kaarten-app die Apple zelf ontwikkelde, bleek afgelopen jaar waardeloos te zijn en leidde ertoe dat Apple zijn excuses aan de gebruikers moest aanbieden.

Google huurt intussen nieuwe app-ontwikkelaars in om zijn aanwezigheid in de markt nog verder te vergroten.