AMSTERDAM – Familiebedrijven zijn cruciaal voor de Nederlandse economie en haar herstel.

Dat stelt VNO-NCW-voorman Bernard Wientjes vrijdag in een toespraak bij de lancering van het onderzoeksinstituut ‘Erasmus Centre for Family Business’ aan de Universiteit van Rotterdam.

"Politici waren vroeger niet zo bekend met deze groep ondernemers. Maar al voor het begin van de kredietcrisis was er een kentering zichtbaar", aldus Wientjes. "Nu realiseert iedereen zich hoe belangrijk familiebedrijven zijn."

Acht op de tien ondernemingen in de Europese Unie zijn familiebedrijven. Samen zijn ze goed voor 75 procent van de werkgelegenheid. In Nederland is 69 procent van de bedrijven familiebezit, die samen ruim de helft van het bruto binnenlands product voor rekening nemen.

"We willen het onderzoek naar familiebedrijven bekender maken met de lancering van Centre for Family Business", aldus wetenschappelijk directeur Vanessa Strike. "Daarbij is verantwoord leiderschap belangrijk, evenals het onderwijzen daarvan."

Minimale obstructies

VNO-NCW vindt het vooral belangrijk dat er minimale obstructies zijn bij het voortzetten van het familiebedrijf. "Hierbij speelt de successiewet natuurlijk een belangrijke rol. We zagen dat fiscale wetgeving soms zo’n groot effect had dat deze gezonde bedrijven in gevaar bracht. Gelukkig is dit inmiddels bijgesteld."

Volgens Wientjes onderscheiden familiebedrijven zich van ‘gewone’ ondernemers door hun sterke focus op de lange termijn, door de eigendomsstructuur en door hun wortels niet te vergeten. "Dit is zichtbaar in hun betrokkenheid bij hun regio en land."

De VNO-NCW-voorzitter vindt het niet terecht dat familiebedrijven en innovatie niet direct met elkaar geassocieerd worden. Dankzij subsidies en fiscale maatregelen is dit steeds aantrekkelijker geworden.

Een verdere regulering is volgens de werkgeversvereniging onwenselijk. "Zo moeten familiebedrijven bijvoorbeeld niet gedwongen worden aan de corporate governance code te voldoen."