DEN HAAG - ''Er is geen sprake van dat banken de afgelopen jaren de kraan hebben dichtgedraaid’’. Dat zei minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën woensdag in een debat in de Tweede Kamer.

De kredietverlening aan het hele bedrijfsleven is de afgelopen jaren met ongeveer 3 procent gegroeid. Gecorrigeerd voor inflatie blijft er dan nog steeds een kleine toename over, aldus de minister. Hij laat wel onderzoeken of de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf (mkb) is teruggelopen.

Aanleiding waren zorgen bij Kamerleden over wat de oprichting van een nieuw garantiefonds voor spaartegoeden kan betekenen voor de kredietverlening aan het mkb.

In dat nieuwe fonds storten banken van tevoren (ex-ante) geld om bij het eventuele omvallen van een bank toch de spaarrekeningen van mensen te kunnen garanderen. In het oude systeem hielpen ze elkaar achteraf (ex-post), als een bank failliet was gegaan.

Maatregelen

De zorgen bij Kamerleden gaan vooral over de stapeling aan maatregelen voor de bankensector: behalve de stortingen in een depositogarantiefonds, moeten de banken ook hun buffers verhogen en komt er een bankenbelasting.

Dijsselbloem erkende dat er sprake is van stapeling, maar: ''Alles bij elkaar is het acceptabel en te dragen, zelfs in deze economische situatie. Mocht het niet zo zijn, dan komen we er op terug.''

Hij vindt uitstel van de invoering van het nieuwe depositogarantiefonds dan ook onverstandig. Bovendien wordt de vulling van het fonds uitgespreid over 15 jaar, waar eerder ingezet was op 10 jaar. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk 4 miljard euro in het garantiefonds komt te zitten. Het fonds garandeert spaartegoeden bij Nederlandse banken tot 100.000 euro.