AMSTERDAM - Een Haags raamprostitutiebedrijf is geen verhuurder van onroerend goed, en moet daarom gewoon btw afdragen over de huurinkomsten van zijn prostituees.

Daarmee heeft de Hoge Raad deze week een vonnis van de Rechtbank Den Haag naar de prullenmand verwezen. Die bepaalde eerder dat over de verhuur van peeskamers geen btw betaald hoeft te worden.

De ondernemer kreeg vier jaar geleden een vergunning "voor het exploiteren van een seksinrichting" voor in totaal 26 peeskamers in Den Haag.

De Rechtbank redeneerde dat de verhuur van die werkkamers te beschouwen is als een aparte activiteit. Dit naast de andere diensten die de ondernemer verleent, zoals het schoonmaken van de werkkamers, het toezicht, het wassen van het beddengoed en het bijhouden van de administratie.

De Hoge Raad noemt die redenatie in cassatie "onbegrijpelijk". In het vonnis komt de rechter tot de conclusie dat het werk van de ondernemer niet beperkt blijft tot verhuur, maar moeten worden gezien "als één dienst in hoofdzaak is gericht op het voor een prostituee scheppen van een omgeving die het mogelijk maakt haar beroep uit te oefenen".