AMSTERDAM - De hardere aanpak van faillissementsfraude door het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft niet het beoogde resultaat. Het Financieele Dagblad concludeert dat op basis van eigen onderzoek.

Ondanks de invoering van een nieuwe wet op 1 juli vorig jaar en een nieuw controlesysteem konden faillissementsfraudeurs de afgelopen 16 maanden ongehinderd hun gang gaan.

Ze richtten nieuwe rechtspersonen op, die inmiddels betrokken zijn bij meer dan 20 faillissementen, aldus het FD maandag. Bij faillissementsfraude worden schuldeisers op een strafbare manier benadeeld.

De krant ontdekte dat een meermalen veroordeelde faillissementsfraudeur, die twee leer privé failliet is verklaard, erin slaagde om de afgelopen 16 maanden in 26 rechtspersonen op te richten, voornamelijk stichtingen. Die fungeren als bestuurder van een bv. Drie van deze bv’s zijn onlangs failliet verklaard.

Volgens de krant is een geautomatiseerd toezichtsysteem, dat via het handelsregister toezicht moet houden op bv’s, nv’s, stichtingen, verenigingen en buitenlandse bedrijven, te laat in werking getreden. In plaats van halverwege vorig jaar gebeurde dat pas begin dit jaar.

Het systeem zou bovendien veel minder risicomeldingen doorgeven aan de autoriteiten dan werd verwacht.

Orde van de dag

Fraude met failliete bedrijven is aan de orde van de dag, stelde de eerste Nederlandse hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda vorige maand tegenover NUzakelijk

Bij ongeveer een kwart tot een derde van alle faillissementen zou er sprake zijn van fraude, zo’n 3000 gevallen per jaar. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie lopen schuldeisers daardoor jaarlijks 1,7 miljard euro mis.

De hoogleraar is wel blij met het instellen van een centraal meldpunt faillissementsfraude en de langzame verruiming van de capaciteit bij het FIOD voor de zwaardere fraudegevallen. Die capaciteit is volgens haar echter nog steeds te klein.

PvdA

De Tweede Kamerleden Jeroen Recourt en John Kerstens (beiden PvdA) hebben schriftelijke vragen gesteld aan de ministers Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Henk Kamp (Economische Zaken) naar aanleiding van het FD-bericht. Zij willen opheldering en dringen aan op een betere handhaving of aanscherping van de wetgeving.