UTRECHT - De achterstand lijkt toe te nemen in steden als Den Haag, Utrecht, Enschede en Bergen op Zoom. 

Dat concludeert het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nivel. Dat inventariseerde op basis van gegevens van het CBS welke buurten aangemerkt kunnen worden als achterstandsbuurt. Daarbij is gekeken naar het percentage niet-actieven, lage inkomens, het aantal adressen in de buurt en het percentage niet-westerse allochtonen.

In achterstandsbuurten mogen huisartsen en verloskundigen een achterstandstarief rekenen. Dat wil zeggen dat ze meer geld krijgen per patiënt die uit zo'n buurt komt. Uitgangspunt is hierbij dat patiënten uit dit soort buurten vaker naar de huisarts gaan en complexere problemen hebben.

Naast het achterstandstarief zijn er ook achterstandsfondsen om de huisartsenzorg in die buurten te verbeteren.

Stabiel

In vergelijking met 2008 is het aantal achterstandsbuurten nagenoeg stabiel gebleven, maar ze zijn op andere plekken gelokaliseerd. Dat een buurt eerst wel en nu niet meer als achterstandsbuurt aangemerkt wordt, kan komen doordat het aantal mensen met een uitkering of pensioen is afgenomen of dat op andere plekken de achterstand sterk is toegenomen.

Nivel heeft dit onderzoek uitgevoerd in opdracht van huisartsenvereniging LHV en met geld van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de achterstandsfondsen.