AMSTERDAM - Nederlandse financiële instellingen haalden in het tweede kwartaal hun geld weg uit landen als Spanje en Italië. Ze brachten het juist meer naar het eigen land, Duitsland, Oostenrijk en naar landen buiten het eurogebied.

Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van De Nederlandsche Bank.

Hoewel de totale omvang van het geld dat uitstaat in het buitenland in het tweede kwartaal nauwelijks is gewijzigd ten opzichte van het kwartaal daarvoor, heeft zich een duidelijke verschuiving voorgedaan.

Financiële instellingen haalden 11 miljard euro weg uit Spanje en 3 miljard uit Italië. Uit Griekenland werd 0,5 miljard euro weggehaald. In Duitsland werd juist 8 miljard euro meer gestald en in Oostenrijk 1 miljard meer.

Groot-Brittannië

In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hadden de instellingen tezamen 16 miljard meer uitstaan dan in het eerste kwartaal en in eigen land 26 miljard (2 procent) meer.

De instellingen trokken het geld vooral terug uit overheden en banken. De private sector blijft stabieler.

In het eerste kwartaal daalde nog vooral het bedrag dat in Griekenland uitstond (met 30 procent). Het geld dat in Spanje uitstond, daalde toen met 3 procent.

De marktwaarde van het geld dat in het buitenland uitstond, daalde in het tweede kwartaal met 1 procent tot 724 miljard euro. Hiervan is 58 procent in handen van banken en 29 procent van pensioenfondsen.