De gezamenlijke pensioenfondsen beheren op dit moment voor zo'n 800 miljard euro aan opgebouwd pensioen van Nederlanders. Maar het staat er niet goed voor met de dekkingsgraden van deze fondsen. NU.nl legt u in vijf vragen deze dekkingsgraden uit.

Wat is precies een dekkingsgraad?

De dekkingsgraad geeft aan of een pensioenfonds aan de verplichtingen die zij heeft kan voldoen in de toekomst. Het drukt kort gezegd de verhouding uit tussen het aanwezige vermogen van een pensioenfonds en de waarde van alle opgebouwde pensioenen.

Het overgrote merendeel van de Nederlandse werknemers is aangesloten bij een pensioenfonds, dat het geld beheert dat maandelijks door werkgevers en werknemers wordt opgespaard. De gezamenlijke pensioenfondsen beschikken op dit moment over zo'n 800 miljard euro. De fondsen worden bestuurd door sociale partners, De Nederlandsche Bank houdt toezicht.

Veel Nederlandse pensioenfondsen hebben op dit moment een dekkingsgraad dat ver onder de maat is. Dit levert veel zorgen op: wordt er flink gekort op de pensioenen en kunnen ze in de toekomst überhaupt nog wel worden uitbetaald?

Bij een dekkingsgraad van 100 procent kan een pensioenfonds in principe aan alle opgebouwde verplichtingen voldoen, maar volgens de wet moeten de pensioenfondsen ook over buffers beschikken zodat ze onvoorziene klappen kunnen opvangen. De wettelijke dekkingsgraad bedraagt daarom 105 procent. Een gezond pensioensfonds heeft echter een dekkingsgraad van 125 procent, zo pleitten economen.

Wat gebeurt er als de dekkingsgraad te laag is?

Dan moet een pensioenfonds een plan bij De Nederlandsche Bank indienen om het dekkingstekort op te heffen. Daar krijgt het maximaal drie jaar de tijd voor.

In een dergelijk plan worden vaak extra premies aan werkgever en/of werknemers gevraagd.
Ook stoppen de meeste fondsen bij een tekort met indexatie; de situatie waarbij de pensioenen worden verhoogd aan de hand van de gemiddelde loonstijging in de sector waarin wordt uitgekeerd en de inflatie.

Belangrijk onderdeel van het plan vormen ook de rendementen op de beleggingen die bijdragen aan een herstel van de dekkingsgraad. Als de fondsen goed verdienen met hun beleggingen, hebben ze uiteraard meer geld in kas.

Waar gaat het mis?

Op dit moment zijn de dekkingsgraden van de meeste Nederlandse pensioenfondsen al een tijdje ver onder de maat. Uit de pensioenthermometer van Aon Hewitt blijkt dat de gemiddelde dekkingsgraad op dit moment (laatste meting 13 juli) op 93 procent ligt. In het begin van dit jaar lag de gemiddelde dekkingsgraad nog op 84 procent.

Uit een laatste rapportage van de Nederlandsche Bank blijkt dat er inmiddels 103 pensioenfondsen zijn met dermate grote problemen dat ze vanaf 2013 kortingen op de pensioenen moeten doorvoeren. Hierdoor worden in totaal 7,5 miljoen Nederlanders (actieve deelnemers en gepensioneerden) geraakt.

Gemiddeld komt de korting uit op 2,3 procent, maar 34 fondsen hebben aangegeven meer dan 7 procent te moeten korten. De totale pensioenverplichtingen van de fondsen die moeten korten, bedragen 390 miljard euro.

De Pensioenfederatie heeft van tachtig fondsen die gaan korten de namen bekendgemaakt (pdf)
Zo staat op de lijst het grootste pensioenfonds van Nederland, het ambtenarenfonds ABP, dat van plan is een half procent te korten in 2013. PME en PMT, ook behorend tot de top vijf van grootste pensioenfondsen, korten respectievelijk met zes en zeven procent.

De hardste klap, voor zover bekend, zou kunnen vallen bij het bedrijfspensioenfonds van Alkor-Draka. Dat overweegt vanaf april 2013 een korting met 7 tot 11,9 procent door te voeren. Ook bij CapGemini, Datawell, Dutch Space en Ricoh dreigen verlagingen van de uitkeringen van meer dan 7 procent.

Dit betekent niet direct dat het inkomen uit een pensioen dan ook met 7 procent vermindert. Volgens de pensioenberekenaar van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting), betekent een korting van 7 procent voor iemand met een aanvullend pensioen van 500 euro een netto verlaging van het pensioeninkomen van 1,4 procent.

Dat voorbeeld geldt voor echtparen die allebei AOW ontvangen. Naarmate mensen meer pensioen ontvangen, gaan ze er relatief meer op achteruit. Dat komt omdat de AOW dan een kleiner bestanddeel van de totale pensioenvoorziening uitmaakt.

Wat gaat er precies mis?

De betrokken fondsen hebben al vanaf eind 2008 te weinig geld om alle huidige en toekomstige pensioenen volledig te betalen zo stelde minister Henk Kamp onlangs. In principe namen de vermogens van de pensioenfondsen de afgelopen maanden juist met miljarden toe door de hogere aandelenkoersen: de fondsen verdienden goed met hun beleggingen. De dekkingsgraad steeg echter niet omdat de verplichtingen ook stegen.

Daarnaast kampen de fondsen met een gedaalde rente, waardoor de fondsen minder verdienen en meer geld in kas moet hebben om alle huidige en toekomstige gepensioneerden in de toekomst ook van een pensioenuitkering te kunnen voorzien.

Wat zijn de gevolgen?

De pensioenregels worden flink aangescherpt, zo liet minister Henk Kamp (Sociale Zaken) onlangs al weten. Pensioenfondsen moeten voortaan duidelijk maken hoe ze de toekomstige lasten verdelen over oud en jong.

Ze mogen hun pensioenuitkering alleen aanpassen aan de inflatie als duidelijk is dat ze over voldoende middelen beschikken om dat ook voor de jongere generatie te doen, zo stelt Kamp.
Ook moeten pensioenfondsen duidelijker aangeven wat de toekomstige risico's en verwachtingen zijn. In de pensioenoverzichten moeten ze daarover helderheid bieden, zodat hun deelnemers weten waar ze aan toe zijn. Maar Kamp waarschuwde ook dat ondanks de regels sommige fondsen die in de problemen zitten, toch hun pensioenen moeten verlagen.

Wel krijgen de fondsen de mogelijkheid te kiezen voor een nieuw systeem, waarin ze wat meer financiële speelruimte hebben. Ze lopen dan echter ook meer risico als het tegenzit. Kamp overweegt ook het rentepercentage dat pensioenfondsen moeten hanteren te verhogen. Hun dekkingsgraad verbetert daardoor.

Maar of Kamp deze stap werkelijk neemt, moet nog blijken. Hij richt zich op de rekenrente die de Europese Commissie gaat hanteren voor verzekeraars. Dat percentage wordt deze zomer bekend.
De komende maanden vindt door het ministerie, de Nederlandsche Bank, de sociale partners en de pensioensector overleg plaats. Op basis hiervan wordt in september door Kamp nieuwe voorstellen gedaan om de pensioensector te hervormen.