''High performance' is een keuze'

AMSTERDAM - Tien jaar onderzoek naar ‘high performance’-organisaties (HPO’s) door onderzoeker Andre de Waal mondde deze week uit in een boek, What Makes A High Performance Organization.

Het begon voor de De Waal, parttime docent aan de Maastricht School of Management, allemaal met frustratie over de manier waarop bedrijven met klanten omgaan, ‘low performance’ dus.

Inmiddels runt de gedreven managementonderzoeker een ‘HPO Center’, naar alle waarschijnlijkheid uniek in de wereld. Dat bureau deed tot nu toe praktijkonderzoek binnen 1470 organisaties In 50 landen.

En er is nu een heuse definitie van een high performance-organisatie: die presteert minstens vijf jaar beter dan de beste in de benchmark. In het boek worden zeven bedrijven opgevoerd die het HPO-principe hebben ingevoerd waarbij De Waal enkele jaren lang onderzocht wat hun prestaties waren.

“Dan blijk je als bedrijf ook echt beter te worden”, zegt De Waal. “Dat is nu bewezen, zodat ook het moment is gekomen om de resultaten te publiceren.”

Consultants

De Waal noemt zichzelf nadrukkelijk geen consultant. “Je kan geen consultant inhuren om je organisatie ‘HPO’ te maken”, zegt De Waal. “Ik kom vooral om te inspireren. Daarna moet je het zelf doen.”

Daardoor, merkt hij fijntjes op, kan een bedrijf dat ‘HPO’ wil zijn, zijn consultants ook niet als schaamlap gebruiken; als het project mislukt, ben je zelf de enige schuldige. Voordat de resultaten geoogst kunnen worden is een bedrijf volgens de onderzoeker zeker drie tot vijf jaar verder.

De Waal ‘infecteerde’ tot nu toe wereldwijd zo’n 1000 bedrijven met zijn leerschool. De grootste klus kreeg het HPO Center in Groot-Brittannië, waar de defensietak van Hewlett-Packard (5000 medewerkers) een HPO-’diagnose’ kreeg. Dertig door De Waal en zijn collega’s opgeleide HPO-coaches van HP zelf houden de methode er nu levend.

“Het mooie is”, zegt De Waal, “dat ik alleen de eerste diagnose zelf heb hoeven doen. Daarna hebben we de coaches opgeleid en zijn ze zelf aan de slag gegaan.”

Koppige bedrijven

Het lijkt mooi, zo’n HPO worden, maar de mensen binnen een bedrijf moeten het wel echt willen. De Waal zag enkele ‘koppige’ bedrijven failliet gaan nadat hij ze tevergeefs zijn methode had geprobeerd bij te brengen.

Die bedrijven vinden het principe volgens hem wel interessant, maar zetten niet door. “Dan gaan ze weer terug naar hun interne machtsstrijd en politiek. "Het ‘ik’ is daar belangrijker dan de klant”, aldus De Waal.

De belangrijkste factor uit het zogeheten HPO-raamwerk is dan ook het management. “Je moet dan naar de mensen toe en zeggen: jullie zijn het probleem. Dan moeten die mensen wel bereid zijn om alles op de schop te gooien.”

Een bedrijf dat dat niet doet, gaat het steeds slechter doen dan je concurrentie. “Je beste mensen stappen op, klanten verdwijnen, het wordt aanmodderen.”

Paradoxaal genoeg zal het HPO-principe juist veel “slechte” bedrijven nooit bereiken. De Waal: “Goede bedrijven herkennen iets dat goed is, die pakken elke mogelijkheid op om beter te worden. De bedrijven die het het minste nodig hebben, pakken het dus als eerste op.”

Het boek What Makes a High Performance Organization verscheen deze maand bij uitgeverij Global Professional Plublishing

Tip de redactie