Tandemprijzen olie en gas is Nederlandse uitvinding

Als de benzineprijzen aan de pomp stijgen, dan kon je er tot een paar jaar geleden van uit gaan dat over niet al te lange tijd de gasprijzen die richting omhoog volgen. Gas en olie zijn namelijk gekoppeld: een Nederlandse uitvinding van meer dan vijftig jaar geleden.

Anders gezegd, als een volle tank duurder wordt, klinkt het zoemen van de cv-ketel ineens stukken minder gezellig.

Eigenlijk is dat vreemd, want olie en gas hebben helemaal niet zoveel met elkaar te maken. Het is waar dat waar olie gewonnen wordt, vaak ook gas in de grond zit, en andersom. Maar die relatie is niet sterk genoeg om prijskoppeling uit te kunnen leggen.

Die koppeling vindt zijn oorsprong in Groningen, bij het kleine dorpje Slochteren, om precies te zijn. In 1959 ontdekte de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) daar het Slochteren-aardgasveld, een joekel van een veld. Nederland blijkt te beschikken over een kwart van al het aardgas in Europa. Slochteren maakte Nederland in één klap rijk.

We konden ons luxe permitteren die we tot dan toe niet kenden. Het tijdschrift The Economist bedacht zelfs een naam voor het fenomeen dat vaker de kop op steekt als een land ineens ergens heel veel van blijkt te hebben: The Dutch Disease, lui worden door de overvloed.

Vanuit Slochteren legde de overheid een fijnmazig netwerk van gasleidingen aan dat ieder huishouden en ieder bedrijf tot in de verste hoekjes van het Groninger gas kon voorzien.

Daar zat Nederland dan, bovenop een bel nagenoeg gratis gas, maar met enorme investeringen in het transportnetwerk. Ga dan maar eens een prijs bedenken voor het koken van een eitje.

Besloten werd om deze prijs dan maar te koppelen en dus laten meebewegen met die van olie. Kleine gasverbruikers betaalden een prijs die was gekoppeld aan die van huisbrandolie, het gas voor grote verbruikers volgde de prijs van stookolie. Deze koppeling werd in Europa op grote schaal nagevolgd.

Ontkoppeling

Maar sinds een paar jaar liggen de zaken niet meer zo zwart wit. Naast de gascontracten waarbij de prijs gekoppeld is aan olie, is er namelijk sinds 2002 ook een energiebeurs, de Title Transfer Facility (TTF) genoemd, waarop gehandeld wordt in gas uit de hele wereld en waarbij de prijs tot stand komt door vraag en aanbod. De handel op deze beurs neemt gestaag toe en dat gaat dus ten koste van de oliegekoppelde hoeveelheid gas die over de toonbank gaat.

Wat betekent dit alles nu voor de gasprijs? Dat is moeilijk te zeggen, want die prijs blijft van een heleboel factoren afhankelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de prijs van olie en gas sinds de invoering van de handel op de TTF steeds minder vaak in de pas zullen lopen. Al moet gezegd dat de TTF vooral wordt gebruikt door grote industriële bedrijven als Corus.

Omdat het gebruik van kleinere bedrijven lastiger te voorspellen is, en dus minder makkelijk geprofiteerd kan worden van snel wijzigende prijzen door vraag en aanbod, blijft oliegekoppeld gasinkoop hier vooralsnog dominant.

In de pas

De laatste tijd lopen de olieprijs en de gasprijs toevalligerwijs wél in de pas. En beide laten een opgaande lijn zien. Maar zoals gezegd, dat is grotendeels toeval; de oorzaken van deze stijging zijn voor olie en gas niet dezelfde.

De prijs aan de tank is niet meer automatisch een indicatie voor de kosten van een comfortabel warm gestookt kantoor.

Meer weten over slim energie inkopen?

Tip de redactie