Japanse politici worstelen met kernenergie

AMSTERDAM - Nu de parlementsverkiezingen in Japan naderen, lijkt kernenergie één van de grote debatonderwerp te worden.

Na de kernramp in Fukushima vorig jaar, werden alle 50 kerncentrales in het land stilgelegd. Deze zomer startten er twee weer op om ernstige stroomtekorten te voorkomen.

Uit een rapport dat werd ingezien door Japanse media blijkt nu dat de overheid het aandeel kernenergie in de energiemix wil terugschroeven van 30 procent voor de kernramp, tot 15 procent in 2030. Helemaal uitschakelen van de kerncentrales zou te duur zijn.

Maar dit voornemen lokt aan beide kanten heftige reacties uit. Aan de ene kant is er een groeiende groep boze burgers, die het liefst zo snel mogelijk alle kerncentrales bij de schroothoop gooit.

Aan de andere kant staat de industrie op zijn achterste benen. Die werd namelijk voor de crisis nog beloofd dat het aandeel kernenergie op termijn zou kunnen groeien tot 50 procent. Daarnaast vreest het bedrijfsleven hogere energieprijzen als de kerncentrales uitgezet worden. Die zouden de concurrentiepositie van Japan aantasten.

Politiek

Het is nog niet geheel duidelijk hoe de twee grote bestaande politieke partijen DPJ, die nu aan de macht is, en LDP zich gaan positioneren op het onderwerp kernenergie. Zoals het er nu naar uitziet zullen zij zich echter niet volledig uitspreken tegen kernenergie.

In dit gat is nu de burgemeester van Osaka gesprongen. De 43-jarige Toru Hashimoto, maakte deze week bekend een nieuwe politieke partij op te richten. Die zal het stoppen met kernenergie als één van de voornaamste actiepunten hebben. Al blijkt ook in het partijprogramma van deze partij een harde einddatum voor kernenergie niet te staan.

Een datum voor de verkiezingen is nog niet geprikt.

Tip de redactie