AMSTERDAM - Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft BP beschuldigd van 'grove nalatigheid' of 'opzettelijk wangedrag' tijdens de Deepwater Horizon ramp in de Golf van Mexico.

Dit meldt de Financial Times. Advocaten van de overheid hebben in een verklaring duidelijk gemaakt dat zij van plan zijn de zwaarst mogelijke straffen uit te delen aan de Britse olie en gas-vennootschap.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie diende een brief in bij de federale rechtbank van New Orleans, die de zaak over de grote lekkage van BP leidt. In de brief beschuldigen advocaten BP van een 'cultuur van roekeloosheid'.

Wanneer de beschuldigingen door het Amerikaanse ministerie van Justistie bewezen kunnen worden, kan dit de straf voor BP verdrievoudigen en zou de schade op kunnen lopen tot 21 miljard dollar (16,7 miljard euro).

Rechtszaak

De zaak zal op 14 januari 2013 in New Orleans voor de rechtbank komen, ondanks het feit dat er gesprekken gaande zijn tussen BP en de Amerikaanse regering om de schadeclaims af te wikkelen.

BP zelf spreekt de beschuldigingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie tegen en kijkt er naar uit om tijdens het rechtsproces met bewijzen te komen.

De memo beschuldigt ook Transocean, eigenaar en exploitant van het Deepwater Horizon olieplatform, van grove nalatigheid. Transocean zelf weigerde te reageren, zo liet Reuters weten.

Het Deepwater Horizon olieplatform werd gehuurd door BP. Op 20 april 2010 ontplofte het platform, waarbij 11 arbeiders om het leven kwamen en miljoenen liters ruwe olie in de oceaan belandden.