Nederland heeft een nieuwe reden om zich te schamen: er staan slechts een handjevol ondernemers op een verkiesbare plek voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen.

De roemloze uitschakeling op het EK, het lage aantal vrouwen in de bedrijfstop, het jammeren om ’slechts’ een zilveren plak door de Nederlandse estafettezwemsters, de hoogste regeldruk in het bekende universum (en waarschijnlijk ook daarbuiten), onze HBO-instellingen.

Ons rechtssysteem, “Ik hou van Holland.” Allemaal redenen ons te schamen. Daar is wat mij betreft een nieuwe reden bijgekomen: tussen de komende Tweede Kamerleden zitten hooguit zes(!) ondernemers. Op de honderdvijftig. Dat is vier procent.

Motor van de economie

Even ter vergelijking, zo’n vijftien procent van de Nederlandse beroepsbevolking is ondernemer. Nou is al langer bekend dat de Tweede Kamer steeds minder een afspiegeling is van de samenleving.

Maar als je keer op keer constateert dat de motor van de economie het MKB is, zou je daar als politieke partij natuurlijk bovenop moeten zitten en de beste mensen uit het bedrijfsleven willen inzetten als volksvertegenwoordiger. Niet dus.

Leger van ambtenaren, leraren en vakbondsbesturen

De redenen voor deze onbalans zijn inmiddels wel bekend: ondernemers voelen zich niet thuis in de Haagse cultuur en de partijbesturen bestaan uit mensen die al sinds jaar en dag in eigen kringen werven en selecteren.

Dus zie je dat de Tweede Kamer in toenemende mate wordt bevolkt door stereotiepe carrière politici. Of zoals scheidend Tweede-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming het zegt: "Je ziet dat het leger van ambtenaren, leraren en vakbondsbesturen de overhand neemt en dat vind ik ontzettend jammer."

Voldoende talent

Toch heeft de partij van mevrouw Dezentjé Hamming ook geen reden om zichzelf op de borst te kloppen. Weliswaar levert de VVD vijftig procent van alle potentiële ondernemers-in-de-Kamer, maar een totaal van drie op de te verwachte dertig Tweede Kamerzetels is nog steeds ver onder de maat. Het steekt mij als overtuigd liberaal dat de partij die bij uitstek ondernemers vertegenwoordigt blijkbaar niet in staat is om voldoende talent te vinden in de eigen gelederen.

Ondernemers medeschuldig

Maar ook de ondernemers zelf zijn hier schuldig. Natuurlijk is het lastig om voor een kabinetsperiode het bedrijf achter je te laten, maar laten we eerlijk zijn, er zijn zat ondernemers die inmiddels niet meer fulltime actief met hun bedrijf bezig zijn.

Deze ondernemers in ruste zouden prima in staat zijn om als Tweede-Kamerlid de belangen van andere ondernemers te behartigen. Blijkbaar zijn de heren en dames gewoon niet voldoende gemotiveerd om actief te streven naar een rol als volksvertegenwoordiger.

Groot risico

So. Where does that leave us? De komende kabinetsperiode zal drastisch moeten hervormen. De overheidsfinanciën moeten op orde en economische groei en werkgelegenheid moeten terugkomen naar ons mooie land. Bij uitstek een klus voor iemand die weet hoe je moet ondernemen.

Toch hebben we dit willen en wetens overgelaten aan mensen die deze ervaring niet of nauwelijks hebben. En dat is een groot risico. We zullen aan het einde van de rit zien hoe dat heeft uitgepakt, maar ik hou mijn hart vast. Ik oriënteer mezelf in ieder geval alvast op een politieke carrière.

Robert Mekking is ondernemer en ziet zichzelf wel zitten in vak K. Hij is medeoprichter van MvR & Partners en schrijft deze column op eigen titel. Reageren? www.twitter.com/robertmekking.