BRUSSEL - De Europese Unie krijgt een gemeenschappelijk patent. Daarmee komt een einde aan tientallen jaren gesoebat.

Nederland was een van de grote pleitbezorgers, omdat het nieuwe EU-patent bedrijven heel wat kosten en moeite bespaart.

Europees president Herman Van Rompuy meldde de doorbraak vrijdag op Twitter. Op de top van EU-leiders die donderdag in Brussel begon, werd het laatste obstakel voor het Europees patent uit de weg geruimd. Dat was de kwestie over de vestigingsplaats voor het octrooigerecht dat geschillen moet beslechten.

Het hoofdkantoor komt in Parijs, met nevenvestigingen in München en Londen, is van diplomaten vernomen. De EU-leiders gingen akkoord met het compromisvoorstel van Van Rompuy, dat door media en EU-diplomaten ''typisch Belgisch'' is genoemd.

Duur

Tijdens hun top in januari kwamen de EU-leiders overeen het geschil over de vestiging van het patenthof eind juni op te lossen. Onder meer Nederland hamerde jaren op één Europees octrooi.

Nederlandse bedrijven vragen relatief veel patenten aan, zodat zij buitensporig worden getroffen. Een octrooi is in de EU nu nog ruim tien keer zo duur als in de Verenigde Staten of Japan wegens onder meer vertaalkosten.

Innovaties

Een gezamenlijk octrooi stimuleert innovaties en kan dus bijdragen aan economische groei, op dit moment een speerpunt van Brussel. Het EU-patent geldt als belangrijke voorwaarde voor het goed functioneren van de interne markt.

Vorig jaar bereikte Nederland met 24 andere EU-landen een principeakkoord over het invoeren van één EU-octrooi. Italië en Spanje doen vooralsnog niet mee. Zij zijn het niet eens met het besluit dat uitsluitend Engels, Frans en Duits de officiële talen voor nieuwe patenten worden.

De Europese octrooien van het Europees patentbureau in Rijswijk zijn geen gemeenschappelijk patent. Zij gelden als bundel nationale patenten.