GRONINGEN - De noordelijke woningbouwcorporaties in Groningen, Drenthe en Friesland zijn boos dat zij en hun huurders een ''aanzienlijk deel van de schade'' moeten betalen bij het oplossen van de financiële problemen bij woningstichting Vestia.

Weliswaar zijn de corporaties tevreden dat vorige week een akkoord is bereikt met de banken over het aflossen van schulden, maar ze zijn geschrokken van de mate waarin ze moeten meebetalen. Dit zou ten koste gaan van investeringen in woningen.

Dat hebben de gezamenlijke noordelijke corporaties dinsdag via een brief aan minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken) bekendgemaakt. ''Dit is een ramp voor onze huurders en de leefbaarheid in hun dorpen, hun buurten en wijken.''

Beroep

In het Vestia-akkoord wordt een beroep gedaan op het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). De corporaties uit het Noorden willen weten van Spies of het CFV-bestuur meebesloten heeft ''over deze greep in de beurs van onze huurders''.

Volgens de noordelijke corporaties krijgen zij in 10 jaar tijd een aanslag van in totaal 75 miljoen euro voor hun kiezen. Dit zou circa 1 miljard euro aan investeringscapaciteit kosten.

''En dat in een gebied waar sprake is van een grote krimpopgave, een grote opgave in leefbaarheid en waar de huishoudinkomens van huurders ver beneden landelijke gemiddelden liggen.''