DEN HAAG - Werkgevers hebben de loonkosten behoorlijk zien stijgen de afgelopen 10 jaar. De bazen waren meer kwijt aan premies voor onder meer pensioen, arbeidsongeschiktheid en zorgverzekeringen voor hun personeel.

Daarbij hadden werkgevers vaker te maken met relatief duurdere werknemers, zoals hoger opgeleiden en ouderen.

In 2011 bedroegen de gemiddelde loonkosten per gewerkt uur 30,40 euro. Dat is een toename van 33 procent ten opzichte van 2001.

Dat blijkt uit het maandag gepubliceerde rapport 'Een nieuwe loonkostenstatistiek: de prijs van arbeid' van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gecorrigeerd

Als de gestegen loonkosten worden gecorrigeerd voor veranderingen in het werknemersbestand, blijft er nog een toename van 26 procent per gewerkt uur over in de laatste 10 jaar. Het CBS wijst erop dat in dezelfde periode de consumentenprijzen met 20 procent stegen.

Volgens het CBS bestaan loonkosten voor een steeds groter deel uit werkgeverspremies (inmiddels ruim eenvijfde). Werkgevers zijn vooral meer gaan betalen aan pensioenen en zorgverzekeringen.

In totaal stegen de premies met 52 procent, terwijl de lonen met 31 procent toenamen de laatste 10 jaar.