AMSTERDAM – Ook de Nederlandse maakindustrie ontkomt niet aan de gevolgen van de economische onrust in Europa. De productie valt dit jaar naar verwachting met 2,5 procent terug. De vooruitzichten voor de lange termijn zijn gunstiger.

Dat stellen economen van ING vrijdag in een rapport.

Naar verwachting zullen alle branches binnen de maakindustrie dit jaar een krimp vertonen. De transportmiddelenindustrie zal het sterkst dalen (min 7 procent), gevolgd door de machinebouw (min 3 procent).

In 2011 tekende de maakindustrie nog een productiegroei van 6,4 procent op.

Gunstige vooruitzichten

De vooruitzichten voor de middellange en lange termijn zijn wel ‘relatief gunstig’. De economen verwachten voor de maakindustrie in 2013 een groei die boven het gemiddelde van de Nederlandse industrie ligt.

De afhankelijkheid van de sector van West-Europa is de laatste 15 jaar ‘beduidend afgenomen’, stellen zij. In 1996 was nog 70 procent van de export bestemd voor West-Europa, tegenover 53 procent in 2011.

Opkomende economieën

“Van alle Nederlandse sectoren weet de maakindustrie de opkomende economieën het beste te vinden”, aldus de economen in het rapport. Dat geldt vooral voor makers van eindproducten.

“Ook de indirecte toelevering aan de snelgroeiende regio’s, vooral via Duitsland, krijgt meer aandacht en zal de Nederlandse maakindustrie versterken.”