AMSTERDAM - De verkoop van sociale huurwoningen om de geldproblemen bij woningbouwcorporatie Vestia op te lossen heeft desastreuze gevolgen voor de woningmarkt.

De gemeenten Delft en Zoetermeer trekken hierover aan de bel in een brief aan demissionair minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies (CDA), die in handen is van de NOS. De gemeenten stellen voor een tijdelijke corporatie op te richten die de huizen van Vestia overneemt.

De gemeenten voorzien dat er te weinig sociale woningbouw overblijft als de huizen van Vestia de markt op gaan, terwijl er nu al een groot tekort is.

Nu reageren er bijvoorbeeld in Delft gemiddeld 193 gezinnen op een eengezinshuis, terwijl er daarvan maar jaarlijks 93 vrij komen. De gemeente voorspelt dat dit door de verkoop terugloopt tot 38.

Zie ook: 'Vestia-verdachte op vrije voeten'

Waardedaling

De stroom aan huizen die worden verkocht, zorgt bovendien voor een waardedaling van de al te koop staande huizen op de 'toch al fragiele woningmarkt'. Daarnaast vrezen de gemeenten dat er minder wordt geïnvesteerd in nieuwbouw van zowel vrijesectorwoningen als sociale huurwoningen.

Vestia wil om uit de financiële nood te komen vijftienduizend woningen verkopen. De corporatie is in de problemen gekomen door een derivatenportefeuille die moest beschermen tegen een stijgende rente.

Omdat de rente is gedaald, moest de corporatie ruim een miljard euro aan onderpand storten. Hierdoor heeft de corporatie nu liquiditeitsproblemen.