AMSTERDAM - Spanje dreigt het vierde land te worden dat een beroep moet doen op Europese financiële steun. Ierland, Griekenland en Portugal deden dat al eerder. Spanje heeft de hulp nodig om zijn banken, die zwaar getroffen zijn door een diepe vastgoedcrisis, overeind te houden.

Griekenland

Raakt eind 2009 in problemen als blijkt dat het land jarenlang niet eerlijk is geweest over zijn staatsschuld en begrotingstekort. De eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schieten te hulp met een pakket leningen ter waarde van 110 miljard euro. De Grieken beloven in ruil daarvoor hard te snijden in de uitgaven.

Binnen een jaar is echter duidelijk dat meer hulp nodig is. Het restant van het nog niet helemaal uitbetaalde eerste pakket wordt voorjaar 2012 vervangen door een tweede, ter waarde van 130 miljard euro. De Griekse bezuinigingen staan intussen echter op losse schroeven doordat de politieke steun ver is afgebrokkeld.

Op 17 juni zijn er verkiezingen, waarbij de keuze van het Griekse volk bepaalt of de hervormingen en daarmee de financiële steun uit Europa doorgaan.

Ierland 

Krijgt in november 2010 67,5 miljard euro aan noodkredieten, nadat het in moeilijkheden is geraakt door de grote bedragen die nodig waren om de banken de kredietcrisis door te helpen. Twee derde van de steun komt voor rekening van de EU, de rest van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het land voerde hervormingen en bezuinigingen door en is volgens waarnemers inmiddels weer op de goede weg.

Portugal

Kreeg vorig jaar 78 miljard euro aan noodleningen toegezegd, waarvan driekwart is uitbetaald. In ruil daarvoor nemen de Portugezen maatregelen om de komende jaren de overheidsfinanciën weer op orde te brengen. Waarnemers brachten begin deze week hun vierde verslag uit over de vorderingen en waren daar opnieuw positief over.