'Over drie jaar willen we een huisnaam zijn'

AMSTERDAM - Het Amerikaanse technologiebedrijf GE opende twee weken geleden het hoofdkantoor voor de Benelux aan de Rotterdamse Parklaan. GE had burgemeester Ahmed Aboutaleb weten te strikken om het lintje door te knippen.

De ambities van GE liegen er niet om. “Over drie jaar willen we een huisnaam zijn.” Een gesprek met directeur Roland Teixeira.

GE; de naam zal niet direct bij iedereen een belletje doen rinkelen. En dat terwijl GE derde staat op de ranglijst van grootste bedrijven ter wereld. GE is een afkorting van General Electric, waarvan gloeilampuitvinder Thomas Edison in 1876 een van de oprichters was, en die naam is waarschijnlijk wel bij velen bekend.

Toch is General Electric van de briefhoofden en op alle andere communicatiemiddelen verdwenen. Teixeira legt het uit: “Anders blijven mensen ons kennen als een elektronicabedrijf. Maar we zijn zo veel meer dan de oorspronkelijke naam zegt. Met de naam GE is dat beter uit te leggen.” Goed, GE dus.

Conglomeraat

GE is een waar conglomeraat. Een greep uit het assortiment. Het bedrijf maakt gasturbines, motoren voor vliegtuigen, medische apparatuur voor ziekenhuizen, windturbines en signaalapparatuur voor treinen en metro’s.

In Nederland is GE al 50 jaar actief heeft het 2.000 werknemers en tientallen kleinere kantoren, verspreid over het land. “Met onze aanwezigheid zit het dus wel goed in Nederland. We willen ook zo lokaal mogelijk opereren, zodat we precies weten wat de markt nodig heeft. Maar met dit nieuwe hoofdkantoor hebben we één gezicht naar klanten. Dat is wel zo duidelijk”, zegt Teixeira.

Walstroomkasten

En Rotterdam ligt dan erg voor de hand, omdat GE met het Havenbedrijf Rotterdam een samenwerkingsverband is aangegaan om de haven duurzamer te maken. De haven heeft daartoe zelfs het Rotterdam Climate Initiative in het leven geroepen en daarin staat dat de haven in 2025 de helft minder CO2 uit stoot.

Een concrete actie die voortvloeide uit het samenwerkingsverband tussen haven en GE – of partnership, zoals dat heet – is de aanleg van 22 walstroomkasten, waardoor de bemanning van aangemeerde schepen ’s avonds TV kan kijken, zonder dat de motor hoeft te blijven draaien.

Teixeira: “Naast Rotterdam zijn er in deze regio nog eens negen grote commerciële havens. Wat we hier leren kunnen we dus ook op andere plekken inzetten.” Maar de kennis kan ook een stuk verder van huis worden omgezet in klinkende munt. “De Rotterdamse haven heeft contacten met de haven in Oman. En onze technologie is erg schaalbaar en goed te exporteren.”

Partnerships

Teixeira blijkt veel waarde te hechten aan partnerships. Hoewel GE ook genoeg ‘gewone’ commerciële klussen aanneemt, wil het bedrijf zich liever verbinden aan langdurige projecten en dito samenwerkingsverbanden met overheden en semioverheden, zoals het Rotterdamse Havenbedrijf.

“Met publiek-privaat partnerschap krijg je dingen voor elkaar die zonder die samenwerking niet zouden lukken. Het gaat dan om projecten die op korte termijn onrendabel zijn. En met elkaar kan je markten creëren die nog niet bestaan of in de kinderschoenen staan, zoals bijvoorbeeld bij windenergie en smart grids - slimme energienetwerken.”

Eigen bank

Wat in al die klussen en samenwerkingsverbanden zeker helpt, is dat GE een eigen bank heeft om de financiering rond te kunnen krijgen. De Artesia bank zetelt in hetzelfde kantoor in Rotterdam. “De capital divisie is ooit opgezet zodat mensen een vaatwasser op afbetaling konden kopen. Maar dat doen we al lang niet meer. Sowieso financieren we niet meer in de consumentenmarkt.” Teixeira erkent dat het heel handig kan zijn om zelf een bank te hebben. “Het is een sterke divisie en we hebben een goede cashpositie.”

Duurzaam

Nederland loopt een beetje achter op de doelstellingen wat betreft duurzame energie, ziet Teixeira. Zo worden windmolenparken op zee keer op keer gecanceld of uitgesteld. “Maar wij houden ons ook niet erg bezig met wind op zee. Wel met windmolens op land en gelukkig zijn Nederland en ook België wat dit betreft interessante markten.”

Nederland mag dan geen koploper zijn in windenergie, als het gaat om slimme en efficiënte netwerken, doet ons land met de besten mee. “Alles wordt hier meerdere keren gebruikt. Een stoompijp bijvoorbeeld. Die levert niet alleen stoom aan fabrieken, maar de warmte van die pijp wordt ook gebruikt om huizen te verwarmen. Nederland doet altijd meer met hetzelfde en is dus erg sterk in optimalisatie van processen. En dat is ook een van onze specialiteiten.”

Smart grids

Optimalisatie van energiegebruik wordt ook wel smart grid-technologie genoemd. Daarbij kan met software de vraag en het aanbod van energie precies op elkaar afgestemd worden. “En dat is nodig, omdat grote energiecentrales steeds vaker vervangen worden door heel veel kleinere windmolens en zonnepanelen.”

Maar de zon schijnt niet altijd en de wind waait niet elke dag, dus het aanbod van stroom wordt onregelmatig. Met software kan de wasmachine aangezet worden als het hard waait, bijvoorbeeld. GE levert de software en technologie om dit mogelijk te maken. Maar om dit goed te kunnen ontwikkelen is wel grondige kennis nodig van het energiegebruik van consumenten.

Concurrentie

En daarvoor klopt GE regelmatig aan bij bedrijven die het elektriciteitsnetwerk beheren, zoals in Rotterdam Stedin. Het is hier, in de kennis van consumentengedrag, dat Teixeira geduchte concurrenten ziet opstaan, naast de traditionele concurrenten als bijvoorbeeld technologiebedrijf Siemens. “In de niet al te verre toekomt denk ik dat Google, met zijn schat aan gebruiksgegevens, concurrerend kan worden.”

Huisnaam

Wanneer Teixeira gevraagd wordt naar waar het bedrijf over tien jaar in Nederland staat, weigert hij lachend daar antwoord op te geven. “Tien jaar is veel te lang. Maar ik weet wel waar we met GE in de Benelux over drie jaar willen zijn. Bij bedrijven zijn we dan een huisnaam geworden. En bij de gewone consument, nou ja, daar zijn we dan een beetje een huisnaam.”

Tip de redactie