AMSTERDAM - Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën wil af van het belastingvoordeel dat eigenaren van drijvende watervilla's kunnen krijgen. Hij gaat onderzoeken of het mogelijk is om dit verschil in fiscale behandeling weg te nemen.

Weekers zegt dit vrijdag in antwoord op Kamervragen van de SP over dit onderwerp.

De staatssecretaris ving begin maart bot bij de Hoge Raad, waar hij in cassatie was gegaan na een uitspraak van de rechter in Den Bosch. Die had geoordeeld dat er onterecht een naheffingsaanslag voor overdrachtsbelasting was opgelegd aan een eigenaar van een watervilla – of marina, zoals de Hoge Raad zo’n woning noemt - in een recreatiepark.

De kwestie spitste zich toe op de vraag of dergelijke drijvende woningen gezien moeten worden als roerend goed of onroerend goed. En dat blijkt dus roerend goed te zijn. Maar de staatssecretaris laat het er niet bij zitten. Nu de juridische weg dood blijkt te lopen, gaat Weekers het pad bewandelen van de regelgeving.

Oneerlijk

‘Het is moeilijk om aan mensen uit te leggen dat er voor een drijvende watervilla in sommige gevallen geen overdrachtsbelasting verschuldigd is, en dat er -wanneer het een tweede woning betreft - ook nog een lagere vermogensrendementsheffing geldt, terwijl iemand met een klein huisje op de vaste wal wel het volle pond moet betalen. Ik ben dan ook niet bereid deze situatie op voorhand zo maar te accepteren’, zo laat hij weten.

Weekers gaat nu onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om deze watervilla’s toch op dezelfde manier te belasten als andere woningen. Bij de behandeling van het Belastingplan 2013 zal hij hierop terugkomen. Er zijn naar schatting van het ministerie plannen voor de bouw van zo’n 3500 watervilla’s in de komende 10 jaar.