AMSTERDAM - De financiële sector staat voor de grote uitdaging zichzelf opnieuw uit te vinden en heeft daarbij nog een lange weg te gaan.

Dat zei voorzitter Ronald Gerritse van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dinsdag in een toelichting op het jaarverslag van de toezichthouder. ''Afgelopen jaar zijn er meters gemaakt, maar dat zijn de eerste meters van een marathon.''

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de markten voorlopig tot rust gebracht met de ''massieve en ongekende'' steun die aan banken werd verleend, stelde Gerritse.

''Dit geeft de sector tijd om zijn huiswerk te maken. Balansen moeten opgeschoond, buffers opgebouwd en risicovolle producten moeten uit het assortiment verdwijnen. Het klantbelang moet voorop komen te staan.''

Ontspoord

In de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw is de financiële sector ''danig ontspoord'', zei Gerritse. ''Er waren teveel riskante producten, het verdienmodel hing scheef. Banken hadden de echte economie en de belangen van de klanten onvoldoende op het netvlies.''

Volgens de oud-topambtenaar van Financiën, die vorig jaar Hans Hoogervorst opvolgde als baas van de AFM, zijn banken zich nu echter bewust van de ''belangrijke slagen'' die moeten worden gemaakt.

''Maar het is een zaak van lange adem. Als je probeert risico's te dempen, dan kun je niet uitgaan van dubbelcijferige groei. Men moet met normale rendementen uit de voeten kunnen.''

Eerlijk

Om het vertrouwen te herwinnen moeten banken eerlijk zijn over de risico's die ze lopen, vindt Gerritse. Zeker in Europees verband is daar nog veel verbetering in mogelijk. Zo gingen Europese banken heel verschillend om met de afwaarderingen op Griekse staatsobligaties.

Gerritse pleit daarom voor een versterking van het Europese toezicht. ''Bij internationale markten hoort internationaal toezicht. Dat zie ik als een versterking, niet als een verlies voor ons.''