AMSTERDAM – De berekeningswijze van de ontslagvergoeding moet in de wet worden verankerd, zo stelt Pascal Kruit in zijn proefschrift ‘De ontbindingsbeschikking ex art. 7:685 BW getoetst’.

De kantonrechter beslist over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de eventuele ontslagvergoeding. Hierbij lopen de toegekende bedragen nogal uiteen.

Om ervoor te zorgen dat er meer eenheid komt in de hoogte van de ontslagvergoeding, beveelt Kruit aan de berekeningswijze van de ontslagvergoeding wettelijk vast te leggen.

“De huidige berekeningswijze is niet in de wet vastgelegd, maar gebaseerd op een interne richtlijn”, licht Kruit toe. “De berekening dient op grond van deze interne richtlijn plaats te vinden conform de kantonrechtersformule."

Niet toegepast

“De kantonrechtersformule blijkt op grote schaal, in zo’n 30 tot 40 procent van de gevallen, niet te worden toegepast. Er wordt dan helemaal geen berekening gemaakt, maar de uitspraak wordt gebaseerd op omstandigheden en is eigenlijk volkomen subjectief en oncontroleerbaar.”

Kruit pleit er bovendien voor dat het appelverbod deels wordt afgeschaft. “Een ontslagen werknemer kan nu niet in hoger beroep na de beslissing van de kantonrechter. Ik denk niet dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst ter discussie moet worden gesteld, maar wel dat de hoogte van de ontslagvergoeding eventueel bijgesteld moet kunnen worden.”

Herziening

Naar verwachting zal het ontslagrecht in het licht van de bezuinigingen weer ter sprake komen. Eind 2011 diende D66-kamerlid Koşer Kaya een wetsvoorstel in tot herziening van het ontslagrecht. De huidige ontslagprocedure zou kostbaar en tijdrovend zijn.

Kruit promoveert donderdag 15 maart aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.