AMSTERDAM - Winkelketens benutten de mogelijkheden om hun online en offline verkoopkanalen elkaar te laten versterken onvoldoende. Hierdoor lopen zij omzet mis.

Dat concludeert adviesbureau PricewaterhouseCoopers (PwC) in een maandag gepubliceerd internationaal onderzoek genaamd 'Customers take control'.

Consumenten wisselen volgens de onderzoekers in de verschillende fases van het verkoopproces van verkoopkanaal. Veel winkelketens zien hun online- en offlinewinkels echter nog als twee op zichzelf staande operaties en hebben weinig zicht op de voorkeuren van consumenten.

Verlengstuk

Volgens PwC zullen slimme winkeliers de fysieke winkels in de toekomst steeds meer inzetten als een verlengstuk van online, bijvoorbeeld in de vorm van een showroom, waar via internet bestelde artikelen afgehaald of geruild kunnen worden.

''Dit betekent dat ze minder voorraad nodig hebben, waardoor ze efficiënter en winstgevender kunnen zijn'', aldus voorzitter Dennis van Ameijden van de Retail & Consumer groep bij PwC.

Nederlanders winkelen relatief veel online. In Nederland ligt het percentage consumenten dat weleens via internet iets koopt op 56, ten opzichte van een gemiddelde van 40 procent voor West-Europa, zo blijkt uit het onderzoek.

De verwachting is dat in 2015 70 procent van de Nederlanders aankopen zal doen via internet.

Daling

De stijgende tendens van puur online kopen is niet meer, schreef ABN Amro vorig jaar al in een rapport. Hierdoor zou het aandeel van pure online kopers dalen van 10,4 procent naar 8,8 procent.

Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel adviseerde kleinere ondernemers eerder deze maand om collectief te gaan opereren. “Zodra je als collectief gaat opereren, bijvoorbeeld alle winkels in de binnenstad, sta je veel sterker", aldus een woordvoerder eerder tegenover deze website.

"Als bijvoorbeeld 300 winkels 2 aanbiedingen per dag op een gezamenlijke website zetten, wordt het aanbod echt interessant voor de consument, terwijl het voor elke individuele winkelier niet meer werk is.”