AMSTERDAM – Hoewel overheden de neiging hebben ondernemerschap zoveel mogelijk te stimuleren, wordt er te weinig rekening gehouden met de mogelijkheid dat landen ook te veel ondernemers kunnen tellen.

Landen zouden gemiddeld genomen ongeveer 12,5 procent ondernemers moeten tellen, in een optimale situatie, zo blijkt maandag uit onderzoek van EIM en het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE).

Deze ‘optimale ondernemersratio’ is vooral afhankelijk van het opleidingsniveau van de bevolking. Voor de studie zijn 19 OESO-landen, waaronder Nederland, onder de loep genomen.

De onderzoekers vroegen zich af of de stelling ‘The More Business Owners the Merrier?’ (‘Hoe meer bedrijfseigenaren hoe beter?’) hout snijdt.

Schaalvoordelen

Macro-economisch gezien zou het niet goed zijn als iedereen ondernemer zou worden, omdat bepaalde schaalvoordelen dan niet benut worden. Een tekort aan ondernemers kan daarentegen weer leiden tot gebrek aan concurrentie en een gebrek aan prikkels tot innovatie.

Uit het onderzoek blijkt dat hoe hoger de bevolking opgeleid is, hoe minder ondernemers er idealiter zouden moeten zijn. Hoger opgeleiden hebben namelijk de kwaliteiten om een groter bedrijf te runnen. Meer ondernemers met grote bedrijven laten automatisch minder ruimte voor kleinere ondernemers.

Starterssubsidies

De uitkomsten impliceren volgens de onderzoekers dat actief stimuleringsbeleid door de overheid, zoals bijvoorbeeld starterssubsidies, risico’s met zich meebrengt. Dit kan namelijk mensen aantrekken die bij een baan in loondienst productiever zouden zijn.

Dat geldt vooral voor landen die al relatief veel ondernemers hebben en wanneer er geen onderscheid gemaakt wordt naar opleidingsniveau.