SCHIPHOL - De netto premie van het pensioenfonds voor de metalektro PME blijft volgend jaar voor de werknemer praktisch gelijk aan de premiekosten van 2011. Dat heeft PME vrijdag bekendgemaakt.

In overleg met onder andere de vakbonden wijkt PME af van het pensioenakkoord, dat stelt dat werknemers eenzijdig zouden moeten opdraaien voor premiestijgingen.

Bij een gelijke verdeling (50-50) van de premie tussen werkgever en werknemer kunnen de kosten zelfs iets goedkoper uitvallen. Werknemers moeten volgend jaar wel rekening houden met een iets lagere pensioenopbouw.

De stijgende kosten worden deels gedekt door werkgevers en deels door gebruik te maken van een percentage van de overgangsregeling waarvoor overigens het werknemersdeel vervalt. Binnen de metaalsector geldt de afspraak dat de werkgever voor minimaal 50 procent opdraait voor de kosten van de pensioenpremie.

Onbetaalbaar

De nieuwe constructie past volgens PME beter binnen de huidige renteontwikkeling. FNV bondgenoten is blij met PME tot een akkoord te zijn gekomen en hoopt binnenkort op vergelijkbare akkoorden met zeker tien andere pensioenfondsen. De bond meldde eerder al samen met AbvaKabo FNV zich niet gehouden te voelen aan het pensioenakkoord.

''Het is mooi dat er werkgevers zijn die wel hun verantwoordelijkheid nemen, en de negatieve effecten van de eurocrisis niet alleen op de schouders van de werknemers afwentelen", aldus bestuurder Willem Noordman van de bond.

''Dit bewijst eens temeer dat het pensioenakkoord oneerlijk is voor werknemers en dat er onrealistische afspraken zijn gemaakt. Bij strikte uitvoering zou de pensioenpremie voor heel veel werknemers onbetaalbaar worden."