DEN HAAG - Toen Nederland in het najaar van 2008 de Nederlandse delen van ABN Amro en Fortis kocht voor 16,8 miljard euro, was het ministerie van Financiën niet op de hoogte dat er later nog eens een bedrag in de activiteiten gestoken moest worden van in elk geval 6,5 miljard euro.

Dat zei minister Jan Kees de Jager van Financiën vrijdag bij de parlementaire enquêtecommissie die de kredietcrisis onderzoekt. Volgens De Jager had zakenbank Lazard, ingehuurd als adviseur, niet gewezen op een tegenvaller wegens de afschrijving van zogeheten goodwill in een later stadium.

Voor de nationalisatie was ABN Amro overgenomen door Fortis. Dat bedrijf had te veel betaald voor die overname (24 miljard euro). Na de nationalisatie moest dat gecorrigeerd worden door toenmalig minister van Financiën Wouter Bos, anders waren jaarrekeningen niet goedgekeurd. Het ging om een bedrag van 6,5 miljard euro.

De Jager, destijds staatssecretaris van Financiën: ''Mij is verteld dat betrokkenen van het ministerie die kennis toen niet hadden.''

Crisisaanpak

De aanpak die Nederland tijdens de kredietcrisis koos om banken te redden, kan ook nu zo weer worden ingezet. ''We kunnen crisismaatregelen heel snel weer activeren.''

Een belangrijk verschil is volgens De Jager wel dat de schuldenpositie van Nederland destijds veel beter was en handelen daarom makkelijker. ''Nu zou dat als element wel in de afweging betrokken worden'', aldus de bewindsman.

Nederland steunde banken met kapitaalinjecties, gegarandeerde leningen tussen banken onderling en verhoogde het depositogarantiestelsel.

Onvoldoende

De Jager vindt wel dat de instrumenten die toen ter beschikking stonden ''volstrekt onvoldoende'' waren. Hij heeft daarom ook lessen getrokken uit bevindingen van de crisis en zegt daaruit ''maximaal nut en voordeel'' te hebben behaald.

Veel aanbevelingen die de commissie-de Wit in een eerder stadium deed, zijn door De Jager overgenomen.