ROTTERDAM - Havenbedrijf Rotterdam heeft met de oliesector een akkoord gesloten over het havengeld voor olietankers.

Met het akkoord komt er een einde aan een jarenlange juridische strijd en de mogelijke toewijzing van een claim op het havenbedrijf van honderden miljoenen euro's.

Dat bevestigden woordvoerders van het havenbedrijf en de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) vrijdag naar aanleiding van berichtgeving door Nieuwsblad Transport.

In ruil voor het staken van de rechtszaak tegen het havenbedrijf krijgen olietankers de komende drie jaar 1,5 procent extra korting.

Rechtszaak

Verder is afgesproken dat bij het jaarlijks bepalen van de zeehavengelden de oliesector voortaan vooraf wordt geraadpleegd, net zoals nu al gebeurt met de vertegenwoordigers uit bijvoorbeeld de containersector. Die afspraak geldt in elk geval voor de komende tien jaar.

De VNPI startte in 1998 een rechtszaak tegen het havenbedrijf omdat zij vond dat olietankers onevenredig veel havengeld moesten betalen, maar haalde zowel in eerste aanleg als in hoger beroep bakzeil. De oliesector besloot daarop in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

De procedure bij dit hoogste rechtscollege, die de VNPI voerde namens de olieconcerns Shell, Esso, BP, Kuwait en Total, is nu stopgezet.

Voor een supertanker kan het havengeld wel oplopen tot 200.000 euro. Dat heeft te maken met de diepgang van het schip en de belading. Havenbedrijf Rotterdam incasseerde vorig jaar in totaal 250 miljoen euro aan havengelden.