TILBURG - Het verdrag dat de leiders van de eurolanden donderdagnacht overeengekomen zijn, is op zijn best een stap in de goede richting, maar niet voldoende om de eurocrisis te bezweren.

''Maar mijn verwachtingen waren niet zo hoog. Ik had dit wel verwacht'', aldus hoogleraar Europese studies Paul Scheffer van de universiteit van Tilburg vrijdag.

Nederland heeft er steeds op aangedrongen om Groot-Brittanië in de Unie te krijgen, als tegenwicht tegen het grote Frans-Duitse overwicht. Rutte heeft voortdurend geprobeerd om de Britten erbij te houden. Dat ze nu niet willen meedoen met het verdrag, is pijnlijk, vindt Scheffer.

Details

''Veel details zijn nog niet bekend, maar dit verdrag kan een herhaling worden van het stabiliteitspact dat gesloten is bij het invoeren van de euro. Daarin werden allerlei afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over het maximale begrotingstekort en de staatsschuld. Maar er was geen discipline. De afspraken zijn meteen overschreden door verschillende lidstaten'', aldus Scheffer.

Zie ook: 'Een overzicht van de afspraken'

Hij vreest dat het ook nu weer moeilijk wordt om begrotingsdiscipline af te dwingen, nu niet alle EU-landen meedoen met het nieuwe verdrag.

Door de steeds groter wordende Europese Unie, wordt het steeds moeilijker om afspraken te maken die gedragen worden door alle lidstaten, meent Scheffer. In het verleden werd dat al duidelijk met het Schengenakkoord: daar zitten niet alle lidstaten in.

Ook aan de euro doen maar 17 van de 27 lidstaten mee. ''Maar bij Schengen is het algemene idee dat landen op termijn wel mee zullen gaan doen. Bij de euro is dat niet zo. Daar gaat het om landen die er structureel niet aan willen.''

Verdeeldheid

Het nieuwe verdrag zorgt ook weer voor verdeeldheid binnen de lidstaten. ''Dat is nou eenmaal de realiteit van Europa. Doordat zo veel landen betrokken zijn, is het moeilijk om iedereen op één lijn te krijgen.''

Volgens Scheffer is deze verdeeldheid niet het einde van de Europese gedachte. ''Als je naar de geschiedenis van Europa kijkt, zie je dat verdeeldheid er eigen aan is. Maar ook eigen aan Europa is dat er veel talent is om steeds weer tot nieuwe oplossingen te komen. Dat zal nu ook gebeuren.''

Volgens Scheffer is het nieuwe verdrag nog geen eindpunt. ''De afspraken die nu gemaakt zijn, gaan nog niet ver genoeg. Ze zijn waarschijnlijk een opmaat voor nieuwe afspraken. We zijn op zijn best halverwege.''

Voorkomen

Het lijkt erop dat de Europese regeringsleiders zich meer richten op het voorkomen van een nieuwe schuldencrisis dan op het bestrijden van de huidige, vindt macro-econoom Maarten Leen van ING.

''De resultaten tot nu toe zijn mager. In rapportcijfers: een 6-'', aldus de hoofdeconoom van de bank in reactie op de afspraken die vrijdagochtend op de EU-top in Brussel zijn gemaakt.

''Het enige nieuwe is, naast het streven naar begrotingsevenwicht, dat er automatische sancties komen als de EU-lidstaten hun begroting niet in de hand houden. Dat is wel goed. De criteria en de mogelijkheden om landen te beboeten zijn er al, maar daar zit nu nog een politieke toets in die in het verleden is misbruikt'', aldus Leen.

Gemis

Een gemis is volgens hem dat de regeringsleiders er tot nu toe niet in zijn geslaagd afspraken te maken over meer coördinatie van het economisch beleid in de Europese Unie. Om dat te bereiken is het nodig dat individuele lidstaten bevoegdheden overdragen aan Brussel, maar daartoe zijn zij niet bereid.

''In feite heeft Europa geen schuldencrisis maar een politiek-institutionele crisis. De Verenigde Staten hebben vele malen meer schuld dan Europa, maar daar staan de individuele staten garant voor elkaar. Een soortgelijk mechanisme zouden wij in Europa ook moeten hebben'', aldus Leen.

Zie ook: 'Schuldencrisis woekert al bijna 2 jaar'