DEN HAAG - Toenmalig minister Wouter Bos van Financiën toonde zich al begin juli 2008 tegenover De Nederlandsche Bank bereid om desnoods Nederlandse onderdelen, waaronder die van ABN Amro, los te snijden uit het Fortisconcern en die eventueel geheel of gedeeltelijk te nationaliseren.

Dat zei hij woensdag tegen de commissie-De Wit. Op 2 juli besprak Bos tijdens een lunch met toenmalig president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank over de slechte financiële positie van Fortis. Op 3 oktober verwierf de staat de aandelen van Fortis Bank Nederland, inclusief de onderdelen van ABN Amro.

Bos benadrukte dat op 2 juli niet de afspraak is gemaakt om ABN Amro te nationaliseren, maar dat hij slechts die bereidheid toonde.

Hij zei dat Wellink en hij zich al eerder zorgen maakten over de verliescijfers van Fortis. Volgens Wellink was Fortis zo instabiel, dat Nederlandse onderdelen daaronder zouden gaan lijden en dat zou het hele Nederlandse bankensysteem kunnen raken. Tijdens de lunch werden mogelijkheden besproken om dat te voorkomen.

Goed en acceptabel

De 16,8 miljard euro die de Nederlandse Staat betaalde voor Fortis Bank Nederland en ABN Amro was goed en acceptabel. Toenmalig minister Wouter Bos (Financiën) zei dat woensdag bij de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek doet naar overheidsmaatregelen ten tijde van de kredietcrisis.

De Belgen vroegen 24 miljard euro, terwijl Bos de onderhandelingen inging met de inzet tussen de 12 en 20 miljard uit te komen. Volgens Bos ging het er uiteindelijk vooral om te voorkomen dat de Nederlandse delen meegesleurd zouden worden in de chaos bij het Fortis-concern.