We kennen allemaal de televisieprogramma’s die doorspekt zijn van commerciële uitingen en hun financiële bestaansrecht ontlenen aan de commerciële partij die het product of de dienst via deze weg aan wil prijzen. Wat levert deze marketingaanpak ons op?

Door Helma van Wanrooij en Eelkje Oldenburger

Commerciële televisie heeft inmiddels vele jaren geleden haar intrede gedaan in Nederland. Deze vorm van adverteren heeft het bedrijfsleven altijd doorspekt en als je naar de televisie kijkt, geeft de publieke omroep af op de commerciële televisie.

Zij zijn volledig onafhankelijk, maar is dat ook zo? Hetzelfde zie je in de financiële wereld, waar de onafhankelijke adviseur het beste zegt te kunnen adviseren, beter dan de bankman of –vrouw. De vraag is alleen of dit werkelijk zo zwart-wit ligt.

Kijkers

Bij de commerciële televisie is het simpel, heb je voldoende kijkers dan heb je bestaansrecht. Immers, voldoende adverteerders die in de reclameblokken willen adverteren en dus goed voor de zender die leeft van deze inkomsten.

De publieke omroep krijgt geld van de staat en kan onafhankelijker televisie maken. Dat resulteert ook nogal eens in programma’s voor een kleine doelgroep, waar anderen dan weer negatief op reageren omdat het “ons” overheidsgeld is.

Daarnaast laait regelmatig de discussie op of je een duur programma moet maken voor een kleine groep gewillige mensen.

Provisie

Feitelijk is het niet anders in het bedrijfsleven. Neem nu de omstreden bank- en verzekeringswereld maar weer, waar de provisie een rol speelde zo niet bepalend was, voor welke polis bij de klant op de deurmat zou vallen.

Dat is jaren goed gegaan, eigenlijk door onwetendheid van de consument. Pas met het bewustwordingsproces van de consument, en dat is inherent aan een veranderende maatschappij, zijn mensen de mond open gaan trekken, hebben zelf onderzoek gedaan of volgen onafhankelijke websites qua advies.

Of dan juist de commerciële televisie zoveel boter op het hoofd heeft valt nog te bezien. De commercie is in de westerse cultuur nu eenmaal verweven in het proces en dat levert dan weer de gekoesterde welvaart op.

Onafhankelijk

Natuurlijk zijn er ook commerciële televisieprogramma’s die een programma bepalen en waar onafhankelijk ogende mensen een specifiek product of dienst presenteren. We kennen allemaal Businessclass van Mens, maar let ook eens op enkele gezondheids- en wellnessprogramma’s bij de commerciële zenders.

Hier is absoluut geen sprake meer van onafhankelijkheid, want de hoofdsponsor wil direct in het programma zijn product of dienst aanbieden en dat is wat je te zien krijgt. Of het ook het beste is, valt nog te bezien.

Maar ook hiervoor geldt dat het bedrijfsleven op een dergelijke wijze werkt. Immers, om het voorbeeld ook hier door te trekken naar de bank- en verzekeringswereld, als een financieel intermediair zegt onafhankelijk te zijn, zegt hij dat er alles aangeboden kan worden en we over echt maatwerk spreken.

Maar voor sommige maatschappijen moet je een bepaald omzetvolume maken en als je dat niet haalt, kan je dat product voor je klant niet afnemen of er hangen andere criteria aan waar je als financieel intermediair niet aan kunt voldoen.

Prijs

Of wellicht nog dichter bij huis, je lokale drogisterij heeft meerdere merken, maar als er geen overkoepelende partij achter zit kan die drogisterij mogelijk niet aan de beste producten komen of de prijs ligt zo hoog dat deze ondernemer uit de markt geprijsd wordt. Daarmee ook meteen zeggende dat hij het product zeer waarschijnlijk niet zal voeren.

De commerciële televisie is weliswaar een duidelijk zichtbaar uithangbord, maar volledige onafhankelijkheid bestaat niet. Je wordt in meer of mindere mate beïnvloed door wat de commercie je ingeeft … of je dat nu wilt of niet. Ook dat is welvaart.

Helma van Wanrooij en Eelkje Oldenburger zijn de oprichters van Stichting Legatio. Zij ondersteunen ondernemers met de bedrijfsvoering van hun onderneming en/of hun persoonlijke ontwikkeling en worden hierbij ondersteund door een professioneel team. Legatio is ook te vinden op Twitter.