'Bedrijven moeten elkaar aanspreken op inkoopgedrag'

AMSTERDAM - Inkopers en verkopers in de facilitaire dienstverlening (schoonmaak, catering en beveiliging) moeten onderling een einde maken aan de huidige ethisch onverantwoorde manier van zaken doen.

Dat zegt John Weinstock, woordvoerder van de inkooporganisatie NEVI, vrijdag. "Er moet een einde komen aan de cultuur van het gevangen zitten in een onderhandelingsproces dat de moraal van de bedrijfsvoering aantast", aldus Weinstock.

De brancheorganisaties in de schoonmaak, de catering en de beveiliging luidden woensdag al de noodklok over de neerwaartse spiraal in de prijzen bij het aanbesteden van opdrachten. Ze vinden dat de kwaliteit van de dienstverlening in het gedrang komt en er te weinig geld overblijft voor de arbeidsomstandigheden van hun medewerkers.

Druk

Dat gebeurt onder invloed van grote concurrentiedruk - er wordt meer uitbesteed voor minder geld - en door slechtere economische omstandigheden. Bij de facilitaire dienstverleners werken in totaal meer dan 300.000 werknemers.

De NEVI is gestart met het project "Maatschappelijk Facilitair Contracteren"; dit zijn rondetafelgesprekken tussen inkopers en de facilitaire dienstverleners, in een poging om de problemen bespreekbaar te maken. En om de 'parels' in de branche te promoten als voorbeeld voor de rest.

Uiteindelijk moet dit volgens Weinstock leiden tot nieuwe businessmodellen bij de inkopers en verkoper, waarbij niet enkel meer wordt uitgegaan van concurrentie op prijs. "Er moet een nieuwe ondergrens ontstaan voor inkoopprijzen", zegt Weinstock.

"Goedkoper inkopen is goed, maar onder de kostprijs zitten is ethisch onverantwoord. Een uurprijs van 9,20 euro is een aantasting van de moraal."

Tip de redactie