AMSTERDAM - Een vliegreis naar de andere kant van de wereld kan een stuk efficiënter als de passagiers geen overstap hoeven te maken op andere vliegvelden. Dit voorziet een NASA-expert in een concept voor vliegtuigen die kunnen landen in een groter vliegtuig.

Dit meldt Aviation Week, een tijdschrift voor de luchtvaartindustrie. Het idee, 'Airborne Metro' komt van Joe Zawodney, energie-expert bij het Langley-onderzoekscentrum van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA.

Zawodney voorziet het inzetten van enorme vliegtuigen, die rond de wereld cirkelen. Deze 'cruisers' moeten lang in de lucht blijven op basis van kernenergie. De cruisers zijn zo groot dat reguliere vliegtuigen erin kunnen 'landen', zodat ze mee kunnen liften met de cruiser. Wanneer de eindbestemming in zicht is, koppelt het vliegtuig weer los om het laatste stuk zelf te vliegen. Op deze manier zouden de inefficiënte overstappen op andere vliegvelden uitgeschakeld worden.

Brandstofbesparing

Het nieuwe transportsysteem kan in theorie veel brandstof besparen. Een 'low energy nuclear reaction' (LENR) zou een Boeing 747 de halve wereld rond kunnen laten vliegen met slechts veertig liter water. De combinatie met een overstapsysteem zou veertig procent brandstof besparen op een vlucht van duizend kilometer. Een vlucht van tienduizend kilometer zou tachtig tot negentig procent schelen.

Huidige experimenten met LENR zijn nog niet betrouwbaar, zo benadrukt Zawodney. De gevolgen van een ongeluk tijdens het landen op een cruiser zouden daarnaast catastrofaal kunnen zijn.

Het concept komt echter niet helemaal uit de lucht vallen. Een testvlucht op basis van kernenergie gebeurde al in 1993 door de Amerikaanse overheid. Een overstap in transport, zonder daarbij te hoeven stoppen, werd al eerder voorzien in een concept voor treinen.