AMSTERDAM - Nederland heeft met 95 landen een verdrag gesloten om bedrijven die daar investeren zekerheid te bieden dat hun eigendommen beschermd worden, de zogeheten investerings beschermings overeenkomsten (ibo’s).

De Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) is hierover kritisch in een maandag gepubliceerd rapport. Buitenlandse ondernemingen richten in ons land brievenbusmaatschappijen op om zo te profiteren van het internationale netwerk dat Nederland heeft opgebouwd.

Een onderneming die in conflict komt met een land dat zo’n ibo sloot met ons land kan een beroep doen op internationale arbitrage. Volgens het rapport heeft dit geleid tot schadeclaims van ondernemingen die optellen tot meer dan 100 miljard dollar.

De Nederlandse regering is geen partij in zo’n arbitragezaak, maar de buitenlandse onderneming en de regering waarmee Nederland het verdrag sloot zijn dat wel.

Bolivia

Een bekend voorbeeld van zo’n zaak is die tussen de overheid van Bolivia en de Italiaanse telefoonmaatschappij ETI. De regering van Bolivia besloot de privatisering van het telefoonbedrijf ENTEL in dat land terug te draaien, maar ETI vocht dat aan.

Dat kon doordat de Italianen in ons land een kleine dochteronderneming hadden opgericht en langs die weg werden de aandelen in de Boliviaanse maatschappij gekocht.

SOMO was in eerdere publicaties al kritisch op Nederland, omdat ons land geldt als een belastingparadijs voor internationaal opererende ondernemingen.

In het nieuwe rapport is SOMO kritisch omdat Nederland zich zou lenen voor ''verdrag shoppen’’ door ondernemingen die proberen onder regels van andere landen uit te komen.