AMSTERDAM – De wereldwijde markt voor toeleveranciers in de auto-industrie zette vorig jaar een recordwinstmarge van 6,2 procent in de boeken. Dat blijkt dinsdag uit onderzoek van adviesbureau Roland Berger.

Europese leveranciers boekten met 6,9 procent een bovengemiddelde winst, maar worden voorbijgestreefd door opkomende markten als China en Korea met respectievelijk 8,8 procent en 11,5 procent. Japan en Noord-Amerika blijven wat achter met gemiddelde winstmarges van 5,6 en 4,3 procent.

In 2009 lag de gemiddelde winstmarge nog op 1,6 procent. Een stuwende kracht achter de stijging vormt het snelle herstel van de autoproductie in China. Het adviesbureau verwacht dat de winstgevendheid van de industrie weer zal dalen naar onder de zes procent.

Werkgebieden

Niet alleen de regio, ook de verschillende werkgebieden van de leveranciers blijken voor grote margeverschillen te zorgen. Het meest winstgevende gebied is dat van het chassis, terwijl het interieur en elektronica onder het gemiddelde uitkomen.

“Leveranciers van interieur en elektronica hebben het moeilijk doordat functionaliteiten steeds vaker uit de auto zelf worden gehaald. Deze worden ondergebracht in de telecommunicatie-industrie”, aldus Roland Berger.

De crisis heeft volgens de onderzoekers de kloof tussen winstgevende en minder winstgevende leveranciers in de auto-industrie vergroot. De best presterende 25 procent was in 2010 ongeveer vijf keer meer winstgevend dan het minst presterende kwart van de markt.