We hebben er, na het 'doe eens normaal'-debacle in de Tweede Kamer, de mond vol van: hoffelijkheid en respect.

Het feit dat dit zo vaak ter tafel moet komen en de nieuwsrubrieken over elkaar heen duikelen om het nog maar eens op de agenda te zetten, is eigenlijk al een teken dat er iets aan de hand is wat fundamenteel fout is.

Want hoffelijkheid en respect betekenen niet meer of minder dan respectievelijk beleefdheid en hoogachting. Als we ons boven de dieren scharen, zou het een vanzelfsprekendheid moeten zijn dat we conform deze bewoording met elkaar omgaan. Maar niets is minder waar en niet alleen uit de mond van Wilders.

Aanvaring

Recentelijk had ik een aanvaring met één van onze koninklijke bedrijven die dit predicaat volgens mij al jaren onterecht voeren. Mensen maken fouten en dan herstel je ze, je biedt je excuses aan je klant aan en wikkelt het netjes af. Zo niet dit bedrijf dat fout op fout op fout maakte.

Toen het eindelijk opgelost was en ik mijn declaratie wilde indienen, kreeg ik te horen dat de klachtenbehandelaar “niet van dit soort berichten gediend was". Mij van geen kwaad bewust las ik mijn e-mail nog eens door met een correcte aanhef, een opsomming van de kosten die ik als tussenoplossing heb moeten maken in verband met mijn eigen onderneming en facturen die ik onterecht ontvangen had.

Toen ik hem vroeg wat ik dan fout gedaan had, gaf hij aan dat ik hem eerst had moeten bellen om te vragen of ik het per e-mail zou mogen sturen. Hij vergat daar even bij dat voordat je de juiste persoon aan de telefoon hebt je weer extra te declareren kosten moet maken. Hoe bedoel je ‘ik denk mee met het bedrijfsbelang?!’.

Boos

Als ik zoiets hoor kan ik natuurlijk boos worden, me onheus bejegend voelen of de jongen in kwestie er virtueel van langs geven, maar dat heeft geen zin. Of de medewerker heeft een minderwaardigheidscomplex, en in dat geval is het eigenlijk niet handig om deze medewerker op een dergelijke afdeling werkzaam te laten zijn. Of de medewerker weet niet wat respectvol met elkaar omgaan betekent en in dat geval mag zijn leidinggevende hem bijspijkeren.

Tenslotte zou het niet verkeerd zijn als de medewerker van een dergelijke afdeling juist extra hoffelijk is. Zijn werkgever heeft zoveel fouten gemaakt, dat je - ook met een gering gevoel voor omgangsvormen - nog kunt bedenken dat de klant het inmiddels wel gehad heeft met het koninklijke.

En als je het dan niet voor de klant doet, doe het dan om een goede klant voor je werkgever te behouden.

Voorbeelden

Dit is een voorbeeld waar ik zelf tegenaan gelopen ben, maar op het moment dat ik dit ventileer in mijn omgeving, schieten de voorbeelden uit de grond als paddestoelen in het najaar. Dat maakt dat ik me werkelijk begin af te vragen hoe respectvol en hoffelijk we nog met elkaar omgaan, zakelijk en privé.

Of het de verhouding tussen collega’s is, want ik heb ook het nodige meegekregen van de medewerkers van de koninklijke onderling, of richting de klant.

Hoffelijkheid en respect zijn fatsoensnormen die gehanteerd worden door mensen onderling. Daar mag pas over gediscussieerd worden als de ander er aanleiding toe geeft en persoonlijk vind ik dat je er boven moet staan en niet mee moet gaan in dergelijk gedrag.

En voor alle duidelijkheid, het heeft niets met nederigheid te maken, het is gewoon een fatsoensnorm. Maar laat het daar helaas nu net steeds meer aan ontbreken in onze maatschappij.

Helma van Wanrooij en Eelkje Oldenburger zijn de oprichters van Stichting Legatio. Zij ondersteunen ondernemers met de bedrijfsvoering van hun onderneming en/of hun persoonlijke ontwikkeling en worden hierbij ondersteund door een professioneel team. Legatio is ook te vinden op Twitter.