DEN HAAG - De omvang van het financiële risico dat Nederland loopt als gevolg van de laatste reddingsactie voor de Grieken, is nog onbekend.

Vorige maand kwamen landen van de eurozone overeen dat het Zuid-Europese land tot 2020 kan rekenen op in totaal 215 miljard euro aan steun.

''Het precieze bedrag kan ik niet noemen, want veel dingen zijn nog onzeker'', stelde topambtenaar Hans Vijlbrief van het ministerie van Financiën woensdag in de Tweede Kamer tijdens een technische briefing.

Begroting

Als voorbeeld noemde hij de looptijden van leningen, rentegetallen en de exacte bijdrage van het IMF aan het pakket. ''Dit wordt de komende weken in Brussel verder uitgewerkt'', aldus Vijlbrief.

Welk effect het pakket heeft op de rijksbegroting, wordt mogelijk de komende weken duidelijk. Het steunpakket voor Griekenland bestaat uit een miljardenpakket aan leningen door de eurolanden. Ook de private sector, banken en verzekeraars, draagt hieraan bij.

Presentatie

Het ministerie van Financiën heeft dinsdag toegegeven dat de presentatie van de resultaten van de laatste eurotop over Griekenland anders had gekund.

Iedereen die zegt dat premier Mark Rutte op de avond van die eurotop op 21 juli de 50 miljard euro van de banken en verzekeraars tegenover de 109 miljard van de publieke sector had moeten zetten, ''heeft een punt’’, zei topambtenaar Hans Vijlbrief van Financiën tegen de Kamerleden.

Rutte

Rutte zei die avond dat de hulp aan Griekenland 109 miljard bedroeg, waarvan 50 miljard van de private sector. Op datzelfde moment spraken andere Europese regeringsleiders over 159 miljard euro (109 plus 50 miljard).

Een andere presentatie is mogelijk, gaf Vijlbrief toe. Hij en Rutte waren die dag gericht op een grote betrokkenheid van de private sector. Daar had Rutte ''tamelijk stevig'' over onderhandeld en dat presenteerde hij na afloop van de top als belangrijkste aan de pers.

Tegenstand

Eigenlijk, zei Vijlbrief, is de goede vergelijking niet die van 50 met 109 miljard euro, maar die van de totale bijdrage tot 2020 van de publieke sector van 106 miljard en van de eurolanden en het IMF van 109 miljard euro.

Vijlbrief was in Brussel de belangrijkste adviseur van Rutte tijdens die eurotop. Ministers van Financiën waren er niet bij. Terugkijkend zei Vijlbrief: ''We gingen er in met fikse tegenstand over iedere vorm van private sectorbetrokkenheid. We vinden dat we daar belangrijke stappen hebben gezet.''

Noodfonds

Nederland was bereid in te stemmen met een flexibilisering van het noodfonds voor de euro, maar alleen onder strenge voorwaarden. Ook dat werd bereikt, zei Vijlbrief.

Landen van de eurozone spreken over een mogelijke verhoging van het tijdelijke noodfonds voor de euro. ''Ik kan niet ontkennen dat dit een onderwerp van gesprek is'', zei hij woensdag. Het gaat volgens Vijlbrief om niet-officiële gesprekken.

Vijlbrief erkende dat als eurolanden willen dat ze met het fonds ''extra mogelijkheden krijgen om in bepaalde omstandigheden in te grijpen'', de richting van de grootte van het fonds ''duidelijk omhoog'' zal zijn.

Verdubbelen

Vijlbrief stelde dat minister Jan Kees de Jager (Financiën) onlangs weliswaar aangaf dat het verhogen van het noodfonds gevolgen kan hebben voor de kredietwaardigheid, maar daarover nooit een ''categorisch nee'' heeft uitgesproken.

De eurolanden en het IMF richtten het fonds van in totaal 750 miljard euro vorig jaar op. Portugal en Ierland hebben er al uit geput en ook Griekenland kan voor de tweede ronde hulp verwachten uit het fonds.

Er gaan geluiden op het fonds te verdubbelen zodat er ook voldoende geld is om grote landen die in problemen dreigen te komen, te kunnen helpen.