RIJSWIJK - Het is niet voor het eerst dat ratingbureaus onder vuur liggen. Eerder gebeurde dat bijvoorbeeld na het faillissement van de Amerikaanse energiegigant Enron, maar ook bij het omvallen van het IJslandse Landsbanki hadden de bureaus niet aan de bel getrokken.

Kredietbeoordelaar Standard & Poor's heeft de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten afgewaardeerd. Daar is van alles over te zeggen; te laat, te vroeg en dat gebeurt dan ook.

De Nederlandsche Bank waarschuwde in het voorjaar van 2008 dat beleggers niet blind moeten varen op het oordeel van de kredietbeoordelaars. Een paar maanden later werden ze in de VS op het matje geroepen voor de waarderingen die ze hadden gegeven aan de twijfelachtige Amerikaanse hypotheekproducten, die de kredietcrisis in gang zette. Ook bij de Europese schuldencrisis liggen ze onder vuur.

Sleutelrol

Kredietbeoordelaars, waarvan de Amerikaanse bedrijven Standard & Poor's, Moody's en Fitch de belangrijkste zijn, spelen een sleutelrol in het financiële systeem. Geen bedrijf kan geld lenen, spaargeld aantrekken of obligaties uitgeven zonder dat het een keurmerk van kredietwaardigheid (rating) heeft van een of meer van deze instellingen.

Ook individuele schuldpapieren kunnen worden voorzien van een rating. Beleggers halen doorgaans de neus op voor een obligatie die niet is voorzien van zo'n beoordeling, die aangeeft hoe groot de kans is dat het geleende geld wordt terugbetaald.

Ratings lopen bij de meeste bureaus uiteen van AAA of triple-A (zeer betrouwbaar) tot D (zeer onbetrouwbaar). Die beoordeling helpt een belegger of spaarder een afweging te maken tussen het rendement op zijn investering en de risico's. Een bank met een lagere rating zal doorgaans een hogere rente aanbieden. Hetzelfde geldt voor uitgevers van obligaties.

Beoordeling

Hoe de beoordelingen van ratingbureaus precies tot stand komen, is echter lang niet altijd duidelijk. Daarbij komt dat kredietbeoordelaars niet door beleggers worden betaald voor hun diensten, maar door de instellingen die ze beoordelen. Om die reden trekken nogal wat critici de onafhankelijkheid en de betrouwbaarheid van ratingbureaus in twijfel.

Een ander punt van kritiek is de traagheid waarmee kredietbeoordelaars hun ratings aanpassen aan veranderende omstandigheden en dat de hoofdkantoren van de grote drie in de VS staan.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel riep medio juli nog op tot de oprichting van een Europese tegenhanger. China heeft er inmiddels een. De Europese Commissie heeft de drie ook al openlijk bekritiseerd; zij zouden een oligopolie vormen.