In een tijd waar hackers vanuit hun bureaustoel gevoelige gegevens kapen moet je als ICT-organisatie maatregelen nemen. IT-multinational Terremark heeft security dan ook hoog in het vaandel staan.

Daarnaast probeert men door milieuvriendelijk beleid te voeren haar ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. “Qua duurzaamheid lopen wij voorop.”

Data is het nieuwe goud. Toen hackers onlangs gebruikersgegevens van meer dan 75 miljoen mensen van het Playstation Network stolen, leek het qua ophef of Fort Knox gekraakt was. Terremark zet bij de bouw van haar nieuwe datacenter, het NAP of Amsterdam, dan ook hoog in op security.

Dat het qua veiligheid menens is bij het in aanbouw zijnde datacenter op Schiphol Noord blijkt bij de entree. Pas nadat bij alle contactpersonen de afspraak geverifieerd is wordt, na het overleggen van een identificatiebewijs, de toegang tot het terrein verstrekt.

“Het gaat natuurlijk allereerst om de fysieke security,” aldus Eric Lisica, vice-president Datacenters Terremark Europe vanuit zijn kantoor, “En die zit hier op de Schiphol compound wel goed. Er hangen overal camera’s en ’s nachts rijden er patrouilles rond ter controle.”

Datadieven

Die controle houdt niet op bij de deur. Voordat men het datacenter zelf kan betreden moet men eerst door een zogenaamde mantrap waar 24 uur per dag bewakers aanwezig zijn.

“Als de autorisatie klopt krijgen klanten vervolgens alleen toegang tot de voor hen relevante ruimte” vertelt Lisica, “Er is dus echt een schil aan veiligheidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat alleen de mensen die hier iets te zoeken hebben binnen komen.”

Zulke maatregelen zijn geruststellend voor potientiële klanten. Maar de gemiddelde hacker zal hier natuurlijk geen boodschap aan hebben. Die rooft gegevens simpelweg vanachter zijn eigen laptop, op duizenden kilometers van de fysieke locatie.

Lisica erkent het gevaar van digitale roof, en doet er alles aan datadieven buiten te houden: “Hackers worden steeds slimmer, dus moeten wij ook slimmer worden. Daar hebben we een groot team security specialisten voor die onze klanten adviseren. We hebben kennis, resources en werken met third parties om een zo veilig mogelijke omgeving te creëren. Daar besteden we veel aandacht aan.”

Duurzaamheid

Toen Apple begin juni de komst van haar cloudservice iCloud aankondigde, volgde een felle reactie van Greenpeace. Het datacenter achter de service zou vooral draaien op stroom van kolengestookte energiecentrales, en op die manier het milieu vervuilen.

Lisica vind het terecht dat er wordt gesproken over de impact van datacenters op de natuur. Bij de bouw van het eigen datacenter wordt dan ook veel aandacht besteed aan duurzaamheid. 

“Als iedereen een individuele server in zijn bezemkast heeft draaien is dat schadelijker voor het milieu dan er veel apparatuur centraal op één plek draait, waar de omstandigheden zijn geoptimaliseerd. Zeker omdat wij heel actief beleid op duurzaamheid voeren gaat dit schaalvoordeel op. Wij kunnen machines veel efficiënter van stroom en koeling voorzien. Het feit dat mensen hun machines in ons centrum plaatsen is dus al duurzaam op zichzelf.”

Groene stroom

Binnen het datacenter krijgt de energie-efficiëntie op verschillende manieren gestalte. Lisica legt uit welke maatregelen er zijn getroffen om de apparatuur zo milieuvriendelijk mogelijk te laten draaien. “Allereerst maken we alleen gebruik van groene stroom. Dat betekent dat onze klanten ook verzekerd zijn van groen certificaten.”

Het belangrijkste is echter hoe efficiënt een datacenter met de ruimte conditionering en koeling omgaat. “Wij hebben een lage PUE waarde van 1,3. Dat betekent dat wij voor iedere KiloWatt die de servers verbruiken maar 0,3 Kilowatt nodig hebben voor de facilitatie. Dat is binnen de huidige stand van de technologie ongeveer het hoogst haalbare. Een mechanisme als free air cooling speelt daar een belangrijke rol in.”

Algenbad

Op termijn wil Lisica de PUE waarde nog verder terugdrijven. Daarvoor wordt onder andere restwarmte opgeslagen met een warmtewisselaar. “Alle ICT-apparatuur geeft natuurlijk een hoop warmte af. Die vangen we op en gebruiken we bijvoorbeeld om het kantoor te verwarmen.

Maar we zijn ook in gesprek met Schiphol om die extra warmte in te zetten voor een algenbad of het ontdooien van hun landingsbaan. We willen geen energie verspillen.”

Die efficiëntiedrang is ook terug te zien in de noodstroomvoorziening. In plaats van batterijen maakt Terremark gebruik van vliegwielen om eventuele stroomuitval op te vangen. Lisica: “Batterijen zitten vol schadelijk materiaal en kunnen gaan lekken. Daarom hebben wij bewust gekozen voor pure kinetische energie via rotary UPS’en.”

Door nieuwe standaarden te zetten probeert Terremark het voeren van duurzaam beleid tot gemeengoed in de ICT sector te maken.

Lisica: “Als grote speler is maatschappelijk verantwoord ondernemen je taak. Daar zijn we ons van bewust. Wij willen het goede voorbeeld geven. Qua duurzaamheid én security”