Entree in de hotel business

Op het vliegveld van Dali, op de grens tussen Tibet en Yunnan, China's meest zuidelijke provincie op het vasteland, schijnt het zonnetje nog. In de taxi naar de oude stad pakken de wolken zich samen en als we uitstappen regent het. Hopen dat dit geen voorteken is.

We zijn in Dali om de gesprekken met Meneer Li af te ronden. Meneer Li is de eigenaar van het pand waarin mijn partners en ik ons hotel willen beginnen.

Een paar maanden eerder, ik was net aangekomen in Jinghong - een tropisch paradijs met door palmen omzoomde lanen in het zuiden van Yunnan - spreek ik met de uitbater van een plaatselijk café over mijn onheldere plannen om misschien, ooit eens, ergens, een hotel te beginnen. De dag erna neemt hij mij en mijn partners Brian en Jo mee naar een pand.

Showlet

We lopen een versleten Chinees hotel in. Beschimmeld tapijt, een “showlet” – de typische combinatie van douche en hurktoilet, ondoenlijk voor mensen met één been – van anderhalve vierkante meter, plankharde bedden. Een pyromaan zou aan de kamers alleen maar dingen kunnen verbeteren.

Maar het staat te huur. Zes verdiepingen hoog en babyroze met blauwe strepen. Een heel grote zuurstok.

We ontdekken een enorm balkon met uitzicht over een park, een tempel op de achtergrond. Vanaf het dak adembenemende uitzichten over Jinghong. Dit zou wel eens kunnen werken. Hardop denkend zijn we al aan het verbouwen: muren eruit, bar en restaurant hier, keuken daar, badkamers vervangen, thematische kamers, de lijst wordt lang.

Rekenen

We slaan aan het rekenen. Afspraken met aannemers, inventarislijsten aanleggen, prijzen checken. Wat zijn de perspectieven van Jinghong? We voelen weliswaar de “vibe” maar om daar nu een langjarige verplichting op te baseren is wat dun.

We spreken expats die hier bedrijven runnen, praten met de lokale overheid, schuimen het net af op zoek naar informatie. Het beeld dat we krijgen vertelt ons: Jinghong gaat het worden.

Baijiu

De ontmoeting met Meneer Li baart ons zorgen. Brian’s ervaring in onderhandelen met Chinezen is dat de kans bestaat dat er eerst liters thee en honderden sigaretten moeten worden ingenomen. Waarschijnlijk komt de “baijiu”, de levensgevaarlijke rijstwijn, er aan te pas. Een week of langer onderhandelen is dan niets.

We bezoeken hem in zijn paleis. Hij heeft met eigen centjes een enorm complex van natuursteen en hout gebouwd in de antieke stijl van de omgeving, “Bai”. De cijfers waarover wij met hem praten vallen daarbij in het niet. We voelen dat hij vooral geïnteresseerd is in een serieuze partij die wat van zijn pand kan maken. Wij kunnen dat. Dit gaat lukken.

Schouderklopje

Anderhalf uur later staan we buiten. Onze onderhandelingspunten zijn door hem geaccepteerd in ruil voor een concessie van onze kant – aanbetaling van een derde van de huur voor het eerste jaar.

Geen sigaretten, wel twee koppen thee maar beslist geen baijiu, Meneer Li lijkt een prachtig mens om zaken mee te doen. Hij geeft me een schouderklopje wanneer we naar buiten lopen.


Nuhi Bunyak is ondernemer en essayist in het zuiden van China. Zijn bedrijf South China Management Solutions participeert in de horeca en adviseert Chinese en Westerse ondernemingen. Hij is bereikbaar op nuhibunyak@gmail.com.

NUwerk

Tip de redactie