DEN HAAG - Het groeiend verzet binnen de vakbeweging tegen het pensioenakkoord met werkgevers en het kabinet, zit volgens minister Henk Kamp (Sociale Zaken) in de communicatie.

De minister hoopt mensen met goede uitleg nog te overtuigen van het belang van het akkoord. Want als vakbondsleden het pensioenakkoord verwerpen, is er volgens hem ''wel degelijk een probleem''.

Dat zei Kamp woensdag in reactie op vakbond Abvakabo FNV in de publieke sector, die na FNV Bondgenoten heeft laten weten het pensioenakkoord af te wijzen.

Binnen het CNV is er verzet van de politiebond ACP. De bonden menen dat lagere inkomens te veel worden benadeeld met de hogere pensioenleeftijd. Ook zouden risico's voor het pensioensparen te veel bij (jongere) werknemers worden gelegd.

Bijna

De minister bestrijdt de kritiek. Volgens hem vroeg de vakbeweging in onderhandelingen over het akkoord dat lagere inkomens met behoud van de huidige AOW-uitkering nog met 65 jaar kunnen stoppen met werken als de pensioenleeftijd in 2020 naar 66 jaar gaat. ''Dat is ze bijna gelukt, maar niet helemaal.''

In 2020 moeten mensen volgens Kamp ongeveer drie maanden na hun 65e doorwerken om op het AOW-niveau van nu uit te komen. Vanaf 66 jaar heeft deze groep ook de voordelen als andere AOW'ers, zoals de extra ouderenkorting van 300 euro voor lage inkomens.

Verdeling risico's

Verder krijgen bonden en werkgevers volgens Kamp straks juist meer te zeggen over de verdeling van risico's bij pensioensparen. Ze kunnen dan zelf per bedrijf of sector kiezen of ze vasthouden aan het oude systeem van zekerheid, maar met minder rendement, of voor meer beleggingen.

Als deze keuzevrijheid door het afwijzen van het akkoord niet mogelijk is, zal de komende jaren volgens de minister te weinig winst worden geboekt om pensioenen nog te laten meestijgen met de inflatie en loonontwikkeling.

Om te voorkomen dat juridische problemen ontstaan en een oneerlijke verdeling van risico's tussen generaties ontstaat, is volgens Kamp ook niet voor niets met het pensioenakkoord afgesproken de komende acht maanden zorgvuldig onderzoek te doen.

Het idee is dat straks per pensioenfonds wordt afgewogen welke risico's met beleggingen aanvaardbaar zijn en wat kan worden toegezegd over de hoogte van uitkeringen. Daarvoor komen verschillende risicoprofielen met wettelijke normen en toezicht.